Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-05
ECLI:NL:RBZWB:2025:4167
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,693 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11249971 \ MB VERZ 24-658
CJIB-nummer : 6062 5422 5834 2975
uitspraakdatum : 5 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] (Verbo Juridisch Advies)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 maart 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N256 te Zierikzee op
3 juni 2023 om 02.59 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene kan zich niet heugen een bord met 80 km/u te zijn gepasseerd. In het dossier ontbreken schouwrapporten. Betrokkene heeft drie boetes opgelegd gekregen op deze datum. Het is niet de bedoeling van de wetgever om iemand drie keer te straffen voor enigszins hetzelfde feit. De hoorplicht is geschonden door de officier van justitie. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat schouwrapporten van de digitale flitspaal en bebording. Betrokkene zou moeten weten te hard te hebben gereden. Betrokkene heeft drie boetes opgelegd gekregen maar deze gedragingen zijn op verschillende tijdstippen verricht. Betrokkene had hierdoor voldoende gelegenheid tussendoor zijn snelheid te matigen. De gedraging staat vast.
Gemachtigde heeft aangevoerd dat betrokkene ten onrechte niet is gehoord. Het hof heeft in een arrest (ECLI:NL:GHARL:2024:5796) geoordeeld dat er een groep zaken is waarin betrokkenen door professioneel gemachtigden werden bijgestaan, waarbij de beroepen voor
1 oktober 2023 waren binnengekomen en waarin niet binnen de beslistermijn een hoorzitting kon worden gepland zodat het Parket CVOM niet tot horen kon overgaan. De beslissing om deze zaken zonder te horen af te doen is een eenmalige maatregel geweest, waardoor vanaf maart 2024 de hoorzittingen weer konden worden gevuld met zaken waarvan de beslistermijn nog niet was verstreken.
In deze zaak is na 1 oktober 2023 beslist door de officier van justitie op het administratief beroep, maar de motivering over hoge instroom van beroepschriften is slechts gebruikt in een (beperkte) batch zaken. Van een structurele schending van de hoorplicht is geen sprake, maar van een eenmalige maatregel om ervoor te zorgen dat daarna wel tijdig kon worden gehoord in alle gevallen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de processen-verbaal van schouw - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het dossier bevat processen-verbaal van schouw digitale flitspaal en bebording van vóór de pleedatum en ná de pleegdatum. Betrokkene is dus een bord met de maximaal toegestane snelheid van 80 km/u per uur gepasseerd. Het had betrokkene duidelijk kunnen zijn dat niet harder gereden mocht worden dan deze maximum snelheid.
Op weggebruikers rust een voortdurende verplichting om zich aan de maximumsnelheid te houden. Dat brengt mee dat wanneer er sprake is van drie afzonderlijke op verschillende tijdstippen en plaatsen verrichte gedragingen, die door drie onafhankelijke snelheidsmeters zijn geconstateerd, er geen sprake is van één en dezelfde gedraging, maar van drie los van elkaar staande verrichte gedragingen. Tussen de verschillende constateringen heeft de betrokkene voldoende gelegenheid gehad om zijn snelheid te matigen. Desondanks heeft de betrokkene na de eerste constatering geen einde gemaakt aan de onwettige situatie door de snelheid aan te passen aan de geldende maximumsnelheid.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De kantonrechter refereert zich aan de zittingsvertegenwoordiger over hetgeen is aangevoerd over de schending van de hoorplicht.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.