Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-20
ECLI:NL:RBZWB:2025:4149
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,434 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 11000817 \ MB VERZ 24-212
CJIB-nummer: 8062 5422 5636 3632
uitspraakdatum: 20 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). [naam] is namens Appjection B.V. verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken op De Stok te Roosendaal op
12 maart 2023 om 14.49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het was betrokkene onduidelijk waar geparkeerd mocht worden. Betwist wordt dat het stuk grond waar het voertuig geparkeerd stond een door gemeentewege aangewezen groenstrook is. Bij de verbalisant is ook niet bekend of er sprake is van een groenstrook van gemeentewege aangelegd. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het hof in een uitspraak heeft bepaald dat moet worden vastgesteld dat de groenstrook van gemeentewege is aangelegd. Subsidiair wordt verzocht de feitcode te wijzigen in R397j: parkeren buiten het vak. Het sanctiebedrag van deze feitcode is hetzelfde.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting een uitspraak van rechtbank Zeeland – West-Brabant overgelegd over een vergelijkbare situatie. Er is sprake van een door de gemeente onderhouden en daarom aangelegd stuk groen. Het stuk groen ziet er onderhouden uit. Er is sprake van een trottoirband en bomen dus betrokkene heeft moeite moeten doen om te parkeren. De gedraging kan op feitcode R406 worden vastgesteld. Feitcode R397j zou ook kunnen worden toegepast op de gedraging op deze locatie.
Overwegingen
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R406 met als omschrijving “voertuig laten staan in park., plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Uit het dossier en de stellingen van gemachtigde is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode R397j moeten gebruiken met als omschrijving “op een parkeergelegenheid aangeduid door één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I buiten de aangegeven parkeervakken”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren en de feitcode wijzigen.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
totaal € 1.230,50
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;
verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in R397j met als omschrijving: “op een parkeergelegenheid aangeduid door één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I buiten de aangegeven parkeervakken”;
veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.