Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:4130
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,098 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10104857 \ MB VERZ 22-834
CJIB-nummer : 2062 5422 3978 4139
uitspraakdatum : 11 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en bij het toekennen van de proceskostenvergoeding deze zaak als samenhangend met 6 andere zaken aangemerkt, 0,5 punt voor een telefonische hoorzitting toegekend en wegingsfactor 0,5 toegepast. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Mr. J. Piet van Verkeersboete.nl is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene zich niet kan verenigen met de beslissing van de officier van justitie ten aanzien van de proceskosten, omdat ten onrechte is uitgegaan van samenhangende zaken, dan wel de proceskosten nog niet zijn overgemaakt dan wel te laag zijn vastgesteld. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de drie zaken die op deze zitting worden behandeld niet als samenhangend aangemerkt kunnen worden bij de proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren. De zaken zijn ten onrechte als samenhangend aangemerkt.
Overwegingen
De kantonrechter is met de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger van oordeel dat er geen sprake is van samenhangende zaken. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 6 andere zaken aangenomen. Het beroep is gelet hierop gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
Bij de berekening van de proceskostenvergoeding wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
totaal € 938,75
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 600,75 / 7 = € 85,82, zodat de nabetaling € 852,93 bedraagt.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 852,93 (na) te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: