Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-19
ECLI:NL:RBZWB:2025:4113
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
921 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11162189 \ MB VERZ 24-474
CJIB-nummer : 4062 5422 5508 3999
uitspraakdatum : 19 juni 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. K. Kattick (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A17 te Oud Gastel op 12 januari 2023 om 13.24 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd twee boetes te hebben ontvangen waarvan één boete terecht was en is betaald. Deze andere boete is niet van betrokkene.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd eerder op de pleegdatum een boete opgelegd te hebben gekregen bij de Wouwse Tol. Betrokkene is staande gehouden en waarschijnlijk zijn zijn gegevens in het apparaat blijven staan. Betrokkene heeft niet verklaard hetgeen in het dossier staat vermeld na de staandehouding. Betrokkene heeft wel een vriendin maar zij heeft geen auto meer. Betrokkene heeft ter zitting de betaling van de opgelegde boete en een verklaring van zijn zwager, die met hem meereed, getoond ter onderbouwing van zijn verweer.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat betrokkene ter zitting pas zijn verweer onderbouwt met onder andere een getuigenverklaring. Het is niet meer mogelijk de verbalisant om een verklaring te vragen nu de zaak uit 2023 dateert. De zittingsvertegenwoordiger refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat er teveel twijfel is of betrokkene de gedraging heeft verricht of dat de verbalisant per abuis onjuiste gegevens heeft gebruikt. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: