Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-14
ECLI:NL:RBZWB:2025:4110
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
968 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11219046 \ MB VERZ 24-584
CJIB-nummer : 8062 5422 5965 7118
uitspraakdatum : 14 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.S. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A58 te
’s-Heer Arendskerke op 20 juli 2023 om 16.51 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene reed in een bus en gelet op het verschil in hoogte met een personenauto heeft de agent onmogelijk kunnen zien of betrokkene een mobiele telefoon in zijn handen hield. Betrokkene heeft aangegeven diverse keren een sigaret te hebben opgestoken en met een wisselende snelheid te hebben gereden vanwege de drukte en invoegend verkeer.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd door de verbalisant te zijn opgebeld terwijl hij aan het rijden was. De verbalisant had het telefoonnummer gebeld dat op het voertuig stond vermeld. Betrokkene had aan de verbalisant voorgesteld om bij het tankstation te stoppen om zo te laten zien dat hij niet gebeld had maar de verbalisant heeft dat voorstel verworpen. Het voertuig van betrokkene heeft geen ramen aan de achterkant.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant had betrokkene staande moeten houden nu betrokkene had voorgesteld bij het volgend tankstation te stoppen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een mogelijkheid was voor de verbalisant om betrokkene staande te houden. Daarbij wordt het verweer van betrokkene deels ondersteund door het proces-verbaal van de verbalisant. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 389,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: