Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-19
ECLI:NL:RBZWB:2025:4093
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
855 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11182651 \ MB VERZ 24-517
CJIB-nummer : 9062 5422 5698 8979
uitspraakdatum : 19 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 maart 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel op de Onder de Linden te Sint Maartensdijk op 10 april 2023 om 09.43 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is niet op de pleegdatum op de genoemde locatie geweest. Betrokkene was aan het werk bij zijn werkgever in Moerdijk. Verklaringen van zijn leidinggevende en een collega zijn meegezonden met het beroepschrift. Betrokkene is wel op 8 april 2023 om 09.43 uur aangehouden voor het niet dragen van zijn gordel. Betrokkene heeft de boete (CJIB nr. 8062 5422 5698 8982) die hij daarvoor heeft ontvangen al voldaan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er iets mis is gegaan met de persoonsgegevens.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt twee keer een boete te hebben ontvangen voor dezelfde gedraging terwijl de boete met de juiste pleegdatum al is betaald door betrokkene. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: