Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-25
ECLI:NL:RBZWB:2025:3995
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,878 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11398311 \ CV EXPL 24-4083
Vonnis van 25 juni 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[eiseres] H.O.D.N. [bedrijf van eiseres],
te [plaats] , [land] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Quick Incasso B.V.,
tegen
TFC B.V. H.O.D.N. THE FUEL COMPANY,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TFC,
gemachtigde: RIDE.
1De zaak in het kort
[eiseres] vordert terugbetaling van door haar betaalde facturen, omdat deze volgens haar onverschuldigd zijn betaald. TFC betwist dat. De kantonrechter zal de vordering afwijzen en zal dat hierna verder uitleggen.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 januari 2025
- de brief van 29 maart 2025 van [eiseres] met productie- de mondelinge behandeling van 15 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] haar eis verminderd.
2.2.
Daarna is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
TFC en [eiseres] hebben op 29 maart 2023 een overeenkomst gesloten voor de afname van brandstof middels een tankkaart. Op de overeenkomst zijn van toepassing de “General Terms and conditions” (hierna te noemen: de algemene voorwaarden).
3.2.
In de overeenkomst is, onder andere het volgende opgenomen (vrij vertaald):
Artikel 5
De klant is verantwoordelijk voor de door TFC uitgereikte tankkaarten en dit voor alle zaken die voortvloeien uit het gebruik ervan. In geval van diefstal of verlies heeft de gebruiker de verplichting om TFC hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen.
3.3.
In de algemene voorwaarden is, voor zover van belang, (vrij vertaald) het volgende opgenomen:
- Artikel 3
Een tankkaart mag alleen gebruikt in combinatie met de voertuigen van de klant in uitoefening van handelsactiviteiten. (…) De klant mag de tankkaart aan derden in gebruik geven voor voertuigen die de klant bezit of heeft geleased, maar geheel voor kosten en verantwoordelijkheid van de klant.
-
Artikel 4 onder d:
De klant garandeert dat de vertrouwelijke Pincode enkel bekend is aan de gebruiker van de tankkaart. De klant neemt alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om de veiligheid van de tankkaart en de Pincode te garanderen en de tankkaart te gebruiken overeenkomstig de bepalingen in de overeenkomst en de algemene voorwaarden.
-
Art. 9 b
De tankkaarthouder is volledig aansprakelijk voor alle transacties die geschieden met een verloren of gestolen tankkaart vanaf de tweede werkdag totdat het verlies of de diefstal is gerapporteerd conform artikel 9a. De tankkaarthouder blijft echter aansprakelijk indien
- de tankkaart beschikbaar is gesteld aan een onbevoegd persoon,
- het verlies of diefstal te wijten is aan grote nalatigheid van de tankkaarthouder,
- als niet is voldaan aan het verzoek om de tankkaart terug te bezorgen aan TFC,
- als gehandeld in strijd met de Algemene Voorwaarden. (…)”
3.4.
Op 3 april 2024 is de tankkaart geblokkeerd, waarna de kaart op 2 mei 2025 door [eiseres] aan TFC is geretourneerd.
3.5.
Namens [eiseres] is op 5 april 2024 is TFC verzocht om terugbetaling van de facturen met de nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 8] , [nummer 9] , [nummer 10] , [nummer 11] , [nummer 12] , [nummer 13] , [nummer 14] , [nummer 15] , [nummer 16] , [nummer 17] , [nummer 18] , [nummer 19] , [nummer 20] , omdat deze facturen volgens haar onverschuldigd zijn betaald.
3.6.
TFC heeft bij brief van 21 juni 2024 gereageerd dat zij niet gehouden is tot terugbetaling van de betaalde bedragen.
Geschil
4.1.
[eiseres] vordert na eiswijziging - samengevat - veroordeling van TFC tot betaling van € 20.489,09, vermeerderd procesproceskosten.
4.2.
TFC voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
Beoordeling
Internationaal Privaatrecht
5.1.
[eiseres] is gevestigd te [land] , zodat het internationaal privaatrecht van toepassing is. In de eerste plaats zal de kantonrechter beoordelen welke rechter rechtsmacht heeft. Hiervoor is bepalend de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), hierna: Eex-Vo.
5.2.
Vast staat dat partijen in artikel 12 van de algemene voorwaarden een forumkeuzebeding zijn overeengekomen, vertaald: ”Voor alle geschillen met de klant voortvloeiend uit de overeenkomst en de algemene voorwaarden, ook na beëindiging van de overeenkomst, is de rechtbank Rotterdam.”
5.3.
Artikel 25 Eex-Vo bepaalt dat als partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten, onder andere door een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst.
5.4.
In dit geval heeft [eiseres] , zo begrijpt de kantonrechter, door de zaak aan te brengen bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant gekozen voor deze rechtbank. TFC heeft in de conclusie van antwoord aangegeven zich akkoord te verklaren met de bevoegdheid van de kantonrechter te Breda om kennis te nemen van het geschil. Gelet hierop gaat de kantonrechter ervan uit dat partijen een nadere overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot de bevoegdheid, zodat zij rechtsmacht heeft en zij zichzelf ook relatief bevoegd acht.
5.5.
Voor het toepasselijk recht is bepalend de Verordening (EG) Nr. 593/2008 van
17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). In artikel 3 Rome I is bepaald dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. Uit artikel 12 van de algemene voorwaarden blijkt dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht, zodat Nederlands recht van toepassing is.
De huidige vordering
5.6.
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat sprake is van onverschuldigde betaling, omdat er ten onrechte bedragen zijn gefactureerd en afgeschreven van haar betaalrekening. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] haar eis verminderd, in die zin dat zij niet langer betaling vordert van de facturen die zien op de auto met [kenteken] (factuurnummer [nummer 21] van 20 november 2023 van € 1.468,06 en factuurnummer [nummer 22] van 27 november 2023 van € 1.507,91. Ook heeft zij de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente ingetrokken.
5.7.
TFC betwist de vordering op na te nemen gronden.
Onverschuldigde betaling
5.8.
De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek is degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. De kantonrechter moet dus beoordelen of [eiseres] heeft betaald zonder dat zij daarvoor een goed heeft ontvangen.
5.9.
[eiseres] stelt dat zij facturen heeft betaald zonder de brandstof te hebben afgenomen. [eiseres] stelt dat in de betreffende facturen een dermate grote hoeveelheid diesel is afgenomen, wat technisch gezien niet mogelijk is gezien de door de betreffende vrachtwagenlocaties, de afgelegde reisafstanden en de tankinhoud van de wagen. Volgens haar is sprake van diefstal/fraude/skimming en TFC is verplicht om correcte facturen te sturen en het kaartgebruik te monitoren.
5.10.
TFC heeft betwist dat sprake is van verdachte transacties, omdat de getankte hoeveelheden diesel op basis van de afgelegde afstanden en de capaciteit van de tanks volgens haar wel plausibel zijn. De capaciteit van de tanks van zware langeafstandsvrachtwagens zijn doorgaans tussen 800 en 1.500 liter. TFC betwist de uitdraaien van de telematica omdat dit een intern systeem van [eiseres] is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft TFC haar werkwijze met betrekking tot de afname en betaling van brandstof nader toegelicht. Zij stelt dat zij een litercontrole uitvoeren zodra de pomphouder de afgenomen liters aan TFC heeft gefactureerd. Zodra blijkt dat de facturen juist zijn, worden de transacties aan de klant gefactureerd. Bij [eiseres] is geen melding van onregelmatigheid ontvangen; de afstanden waren overbrugbaar. TFC stelt dat [eiseres] contractueel gezien zelf verantwoordelijk is voor de uitgereikte tankkaarten en dat zij bij diefstal of verlies onmiddellijk TFC had moeten informeren. Een tankkaart wordt enkel uitgegeven in combinatie met de voertuigen van gebruiker in de uitoefening van het bedrijf en gebruik door derden valt onder de verantwoordelijkheid van [eiseres] zelf. Daarbij komt dat aan haar de mogelijkheid is geboden om te werken met het systeem van dynamische pincodes, zodat niet kan worden aangenomen dat [eiseres] alle voorzorgsmaatregelen heeft getroffen om fraude tegen te gaan, aldus TFC.
5.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft TFC gemotiveerd betwist dat sprake is van onverschuldigde betaling. Niet gebleken is dat de gefactureerde diesel daadwerkelijk niet is afgenomen en niet gebleken is dat door [eiseres] niet is getankt bij de betreffende tankstations. Aldus staat niet vast dat zij onverschuldigd de facturen heeft betaald. Gelet op het gemotiveerde verweer van de zijde van TFC had het op de weg van [eiseres] gelegen om haar stellingen nader te onderbouwen, wat zij niet of onvoldoende heeft gedaan. Daarnaast is de kantonrechter met TFC van oordeel dat [eiseres] volgens de algemene voorwaarden verantwoordelijk en aansprakelijk is voor een correct gebruik van de tankkaart, ook als deze zou zijn gebruikt door derden. [eiseres] heeft niet weersproken dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de dynamische pincodes, zodat zij er evenmin alles aan heeft gedaan om fraude te voorkomen. De toelichting van TFC op welke wijze TFC de afname van brandstof controleert en dat bij [eiseres] geen uitschieters waren, is evenmin weersproken. Dit betekent dat [eiseres] verantwoordelijk en aansprakelijk is voor het gebruik van de tankkaart tot aan teruggave en daarmee ook voor de betaling van de facturen. De vordering zal worden afgewezen.
5.12.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TFC worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.221,00
5.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
6.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11398311 \ CV EXPL 24-4083
Vonnis van 25 juni 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[eiseres] H.O.D.N. [bedrijf van eiseres],
te [plaats] , [land] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Quick Incasso B.V.,
tegen
TFC B.V. H.O.D.N. THE FUEL COMPANY,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TFC,
gemachtigde: RIDE.
1De zaak in het kort
[eiseres] vordert terugbetaling van door haar betaalde facturen, omdat deze volgens haar onverschuldigd zijn betaald. TFC betwist dat. De kantonrechter zal de vordering afwijzen en zal dat hierna verder uitleggen.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 januari 2025
- de brief van 29 maart 2025 van [eiseres] met productie- de mondelinge behandeling van 15 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] haar eis verminderd.
2.2.
Daarna is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
TFC en [eiseres] hebben op 29 maart 2023 een overeenkomst gesloten voor de afname van brandstof middels een tankkaart. Op de overeenkomst zijn van toepassing de “General Terms and conditions” (hierna te noemen: de algemene voorwaarden).
3.2.
In de overeenkomst is, onder andere het volgende opgenomen (vrij vertaald):
Artikel 5
De klant is verantwoordelijk voor de door TFC uitgereikte tankkaarten en dit voor alle zaken die voortvloeien uit het gebruik ervan. In geval van diefstal of verlies heeft de gebruiker de verplichting om TFC hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen.
3.3.
In de algemene voorwaarden is, voor zover van belang, (vrij vertaald) het volgende opgenomen:
- Artikel 3
Een tankkaart mag alleen gebruikt in combinatie met de voertuigen van de klant in uitoefening van handelsactiviteiten. (…) De klant mag de tankkaart aan derden in gebruik geven voor voertuigen die de klant bezit of heeft geleased, maar geheel voor kosten en verantwoordelijkheid van de klant.
-
Artikel 4 onder d:
De klant garandeert dat de vertrouwelijke Pincode enkel bekend is aan de gebruiker van de tankkaart. De klant neemt alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om de veiligheid van de tankkaart en de Pincode te garanderen en de tankkaart te gebruiken overeenkomstig de bepalingen in de overeenkomst en de algemene voorwaarden.
-
Art. 9 b
De tankkaarthouder is volledig aansprakelijk voor alle transacties die geschieden met een verloren of gestolen tankkaart vanaf de tweede werkdag totdat het verlies of de diefstal is gerapporteerd conform artikel 9a. De tankkaarthouder blijft echter aansprakelijk indien
- de tankkaart beschikbaar is gesteld aan een onbevoegd persoon,
- het verlies of diefstal te wijten is aan grote nalatigheid van de tankkaarthouder,
- als niet is voldaan aan het verzoek om de tankkaart terug te bezorgen aan TFC,
- als gehandeld in strijd met de Algemene Voorwaarden. (…)”
3.4.
Op 3 april 2024 is de tankkaart geblokkeerd, waarna de kaart op 2 mei 2025 door [eiseres] aan TFC is geretourneerd.
3.5.
Namens [eiseres] is op 5 april 2024 is TFC verzocht om terugbetaling van de facturen met de nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 8] , [nummer 9] , [nummer 10] , [nummer 11] , [nummer 12] , [nummer 13] , [nummer 14] , [nummer 15] , [nummer 16] , [nummer 17] , [nummer 18] , [nummer 19] , [nummer 20] , omdat deze facturen volgens haar onverschuldigd zijn betaald.
3.6.
TFC heeft bij brief van 21 juni 2024 gereageerd dat zij niet gehouden is tot terugbetaling van de betaalde bedragen.
Geschil
4.1.
[eiseres] vordert na eiswijziging - samengevat - veroordeling van TFC tot betaling van € 20.489,09, vermeerderd procesproceskosten.
4.2.
TFC voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
Beoordeling
Internationaal Privaatrecht
5.1.
[eiseres] is gevestigd te [land] , zodat het internationaal privaatrecht van toepassing is. In de eerste plaats zal de kantonrechter beoordelen welke rechter rechtsmacht heeft. Hiervoor is bepalend de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), hierna: Eex-Vo.
5.2.
Vast staat dat partijen in artikel 12 van de algemene voorwaarden een forumkeuzebeding zijn overeengekomen, vertaald: ”Voor alle geschillen met de klant voortvloeiend uit de overeenkomst en de algemene voorwaarden, ook na beëindiging van de overeenkomst, is de rechtbank Rotterdam.”
5.3.
Artikel 25 Eex-Vo bepaalt dat als partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten, onder andere door een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst.
5.4.
In dit geval heeft [eiseres] , zo begrijpt de kantonrechter, door de zaak aan te brengen bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant gekozen voor deze rechtbank. TFC heeft in de conclusie van antwoord aangegeven zich akkoord te verklaren met de bevoegdheid van de kantonrechter te Breda om kennis te nemen van het geschil. Gelet hierop gaat de kantonrechter ervan uit dat partijen een nadere overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot de bevoegdheid, zodat zij rechtsmacht heeft en zij zichzelf ook relatief bevoegd acht.
5.5.
Voor het toepasselijk recht is bepalend de Verordening (EG) Nr. 593/2008 van
17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). In artikel 3 Rome I is bepaald dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. Uit artikel 12 van de algemene voorwaarden blijkt dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht, zodat Nederlands recht van toepassing is.
De huidige vordering
5.6.
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat sprake is van onverschuldigde betaling, omdat er ten onrechte bedragen zijn gefactureerd en afgeschreven van haar betaalrekening. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] haar eis verminderd, in die zin dat zij niet langer betaling vordert van de facturen die zien op de auto met [kenteken] (factuurnummer [nummer 21] van 20 november 2023 van € 1.468,06 en factuurnummer [nummer 22] van 27 november 2023 van € 1.507,91. Ook heeft zij de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente ingetrokken.
5.7.
TFC betwist de vordering op na te nemen gronden.
Onverschuldigde betaling
5.8.
De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek is degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. De kantonrechter moet dus beoordelen of [eiseres] heeft betaald zonder dat zij daarvoor een goed heeft ontvangen.
5.9.
[eiseres] stelt dat zij facturen heeft betaald zonder de brandstof te hebben afgenomen. [eiseres] stelt dat in de betreffende facturen een dermate grote hoeveelheid diesel is afgenomen, wat technisch gezien niet mogelijk is gezien de door de betreffende vrachtwagenlocaties, de afgelegde reisafstanden en de tankinhoud van de wagen. Volgens haar is sprake van diefstal/fraude/skimming en TFC is verplicht om correcte facturen te sturen en het kaartgebruik te monitoren.
5.10.
TFC heeft betwist dat sprake is van verdachte transacties, omdat de getankte hoeveelheden diesel op basis van de afgelegde afstanden en de capaciteit van de tanks volgens haar wel plausibel zijn. De capaciteit van de tanks van zware langeafstandsvrachtwagens zijn doorgaans tussen 800 en 1.500 liter. TFC betwist de uitdraaien van de telematica omdat dit een intern systeem van [eiseres] is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft TFC haar werkwijze met betrekking tot de afname en betaling van brandstof nader toegelicht. Zij stelt dat zij een litercontrole uitvoeren zodra de pomphouder de afgenomen liters aan TFC heeft gefactureerd. Zodra blijkt dat de facturen juist zijn, worden de transacties aan de klant gefactureerd. Bij [eiseres] is geen melding van onregelmatigheid ontvangen; de afstanden waren overbrugbaar. TFC stelt dat [eiseres] contractueel gezien zelf verantwoordelijk is voor de uitgereikte tankkaarten en dat zij bij diefstal of verlies onmiddellijk TFC had moeten informeren. Een tankkaart wordt enkel uitgegeven in combinatie met de voertuigen van gebruiker in de uitoefening van het bedrijf en gebruik door derden valt onder de verantwoordelijkheid van [eiseres] zelf. Daarbij komt dat aan haar de mogelijkheid is geboden om te werken met het systeem van dynamische pincodes, zodat niet kan worden aangenomen dat [eiseres] alle voorzorgsmaatregelen heeft getroffen om fraude tegen te gaan, aldus TFC.
5.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft TFC gemotiveerd betwist dat sprake is van onverschuldigde betaling. Niet gebleken is dat de gefactureerde diesel daadwerkelijk niet is afgenomen en niet gebleken is dat door [eiseres] niet is getankt bij de betreffende tankstations. Aldus staat niet vast dat zij onverschuldigd de facturen heeft betaald. Gelet op het gemotiveerde verweer van de zijde van TFC had het op de weg van [eiseres] gelegen om haar stellingen nader te onderbouwen, wat zij niet of onvoldoende heeft gedaan. Daarnaast is de kantonrechter met TFC van oordeel dat [eiseres] volgens de algemene voorwaarden verantwoordelijk en aansprakelijk is voor een correct gebruik van de tankkaart, ook als deze zou zijn gebruikt door derden. [eiseres] heeft niet weersproken dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de dynamische pincodes, zodat zij er evenmin alles aan heeft gedaan om fraude te voorkomen. De toelichting van TFC op welke wijze TFC de afname van brandstof controleert en dat bij [eiseres] geen uitschieters waren, is evenmin weersproken. Dit betekent dat [eiseres] verantwoordelijk en aansprakelijk is voor het gebruik van de tankkaart tot aan teruggave en daarmee ook voor de betaling van de facturen. De vordering zal worden afgewezen.
5.12.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TFC worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.221,00
5.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
6.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.