Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-25
ECLI:NL:RBZWB:2025:3957
Strafrecht
Op tegenspraak
941 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-172625-24
vonnis van de meervoudige kamer van 25 juni 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats]
raadsman: mr. R. van 't Land, advocaat te Breda
1Onderzoek van de zaak
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2025, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zijn ex-partner [slachtoffer] heeft vermoord door haar met een hamer op haar hoofd te slaan.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft op de zitting van 25 juni 2025 naar voren gebracht dat hij op zondag 22 juni 2025 in kennis is gesteld van het overlijden van verdachte. Gelet op artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht wordt gerekwireerd tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Standpunt raadsman
De raadsman heeft zich aangesloten bij de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het Openbaar Ministerie.
Dictum
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten op 25 juni 2025. De rechtbank stelt vast dat verdachte in het afgelopen weekend in de penitentiaire inrichting te Krimpen aan den IJssel is overleden. Gelet hierop zal de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie worden uitgesproken en zal enkel worden beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.
4De benadeelde partijen
Nu aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, zullen de benadeelde partijen [benadeelde 1] (zoon van het slachtoffer), [benadeelde 2] en [benadeelde 3] (ouders van het slachtoffer), [benadeelde 4] en [benadeelde 5] (zussen van het slachtoffer), gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte;
- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] en [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
- bepaalt dat genoemde benadeelde partijen en de overleden verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mr. D.L.J. Martens en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 juni 2025.
Bijlage I
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2024 tot en met 24 mei 2024 te [plaats] , [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd door meermalen, althans eenmaal, met een hamer op haar hoofd te slaan;
( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 289 Wetboek van Strafrecht )