Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:3624
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
6,582 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11647854 \ VV EXPL 25-17
Vonnis in kort geding van 11 juni 2025
in de zaak van
STICHTING WOONGOED MIDDELBURG,
te Middelburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Woongoed,
gemachtigde: mr. F.J.M. Tielemans,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.C.W.L. Grootjans.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in kort geding van 6 mei 2025 met 11 producties;- de producties 12 t/m 15 van Woongoed van 19 mei 2025;- de mondelinge behandeling van 28 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Opmerking verdient dat [gedaagde] niet ter zitting aanwezig was omdat hij op dat moment in [ggz-instelling] , verbleef. De gemachtigde van [gedaagde] was wel aanwezig;- de spreekaantekeningen van mr. J. Mikes (die mr. F.J.M. Tielemans verving);- de spreekaantekeningen van mr. J.C.W.L. Grootjans.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Woongoed verhuurt aan [gedaagde] vanaf 3 september 2021 de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).
2.2.
Uit een e-mail van 25 november 2021 blijkt dat via [website] een afspraak is gemaakt tussen een klant en een prostituee waarin de prostituee het adres van de woning noemt.
2.3.
Op 8 december 2021 heeft Woongoed meldingen van omwonenden ontvangen over ongure types die voor korte bezoekjes naar de woning zouden komen.
2.4.
Wegens de meldingen heeft op 23 februari 2022 tussen Woongoed en [gedaagde] een gesprek plaatsgevonden over overlast en illegale prostitutie.
2.5.
Op 24 mei 2022 heeft Woongoed via de wijkboa opnieuw meldingen ontvangen over overlast en mogelijke illegale prostitutie.
2.6.
Op 8 augustus 2022 heeft een buurtbewoner melding gemaakt van overlast van bezoek van [gedaagde] en heeft aangegeven dat zij en haar zoon zich niet veilig voelen in hun eigen huis en in de straat.
2.7.
Uit een door Woongoed uitgevoerd buurtonderzoek in de periode van 10 tot en met 18 juli 2024 is gebleken dat meerdere buurtbewoners overlast ervaren en zich onveilig voelen.
2.8.
Naar aanleiding van twee anonieme meldingen bij de politie is zij op 9 februari 2025 ter plaatse gekomen. Op 27 februari 2025 heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. In deze rapportage staat onder meer het volgende:
“Vervolgens troffen collega’s voor de deur van de [adres] in [woonplaats] een man aan. Deze man verklaarde desgevraagd dat hij een afspraak had met een prostituee. De man liet via zijn telefoon een afbeelding zien aan de collega. Tijdens het gesprek werd de voordeur geopend door een meisje met ontblote benen. De collega herkende dit meisje als dezelfde persoon die de man liet zien via zijn telefoon. Het meisje schrok zichtbaar van de aanwezigheid van de collega. Betrokkene [gedaagde] voegde zich bij het meisje waarna de collega’s toestemming kregen om de woning te betreden. In de woning troffen collega’s nog een tweede meisje aan. Verder was er niemand in de woning aanwezig.”
2.9.
De burgemeester van Middelburg heeft [gedaagde] op 11 maart 2025 een last onder dwangsom opgelegd. Die last houdt in dat hij niet nogmaals in zijn woning een illegale seksinrichting mag hebben.
Geschil
3.1.
Woongoed vordert – samengevat en na eisvermindering – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van de woning binnen 14 dagen en betaling van de proceskosten.
3.2.
Woongoed legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] schiet tekort in de nakoming van zijn huurdersverplichtingen op basis van de wet en de huurvoorwaarden door de woning in strijd met de bestemming te gebruiken voor (illegale) prostitutie en door het veroorzaken van overlast. Die overlast bestaat uit geluidsoverlast, aan- en inloop van diverse personen en het veroorzaken van onveilige situaties. [gedaagde] is ook aansprakelijk voor gedragingen van hen die zich met zijn goedvinden in de woning bevinden. Het is zeer aannemelijk dat [gedaagde] op de hoogte is van de activiteiten. Van Woongoed kan niet worden gevergd dat zij de huurovereenkomst nog langer voortzet.
3.3.
[gedaagde] betwist dat er sprake is van illegale prostitutie en/of overlast. [gedaagde] voert aan dat door Woongoed niet voldoende is onderbouwd dat er sprake is van illegale prostitutie dan wel overlast en betwist dat het vermoeden van illegale prostitutie een dermate ernstige tekortkoming is die ontruiming van de woning rechtvaardigt.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
Woongoed heeft een spoedeisend belang
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een (diepgaand) onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak gevorderd.
4.2.
Woongoed stelt dat zij een spoedeisend belang bij de vordering heeft omdat er voldoende zwaarwegende omstandigheden zijn die een zo spoedig mogelijke ontruiming van de woning rechtvaardigen. Daarnaast is Woongoed een sociale woningverhuurder en wenst zij te verhuren aan een woningzoekende die wel de huurdersverplichtingen nakomt. Het is onwenselijk dat de woning op de krappe (sociale huur)woningmarkt bezet wordt gehouden door een huurder die zijn verplichtingen niet nakomt, aldus Woongoed. Ook zou het een onwenselijke situatie opleveren als [gedaagde] in de woning kan verblijven wegens het risico van recidive en van overlast. Zij stelt daarom dat niet van haar gevergd kan worden de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.
4.3.
Daartegenover heeft de gemachtigde van [gedaagde] ter zitting aangevoerd dat [gedaagde] naar [ggz-instelling] is gebracht en er daardoor geen vermeend gevaar voor escalatie of ander gevaar is. Daarom zou er op dat moment in ieder geval geen sprake kunnen zijn van een spoedeisend belang.
4.4.
De kantonrechter overweegt dat de overlast, als deze zou komen vast te staan, ernstig is. Het gaat hier om een sociale huurwoning. Naar algemeen bekend, geldt dat voor dergelijke woningen lange wachtlijsten bestaan. Woongoed heeft de verplichting om te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van de schaarse voorraad sociale huurwoningen en zij dient bij te dragen aan de leefbaarheid in de buurt waar haar woningen gelegen zijn. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat Woongoed een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
4.5.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn verweer dat Woongoed onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van illegale prostitutie. Anders dan [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat door de door Woongoed overgelegde brief van de burgemeester van Middelburg en de politierapportage in beginsel voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] in het gehuurde illegale prostitutieactiviteiten heeft gefaciliteerd en daarmee in strijd met zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst met Woongoed heeft gehandeld. Dat – zoals [gedaagde] aanvoert – de meisjes richting de politie hebben verklaard dat zij geen werkzaamheden uitvoerden in Nederland en niets wisten van een afspraak met een klant, doet daar niet aan af. De kantonrechter acht die verklaringen weinig geloofwaardig nu de door de politieagenten aan de deur van de woning aangetroffen man verklaarde dat hij een afspraak met een prostituee had en uit het WhatsApp-gesprek bleek dat hij naar het adres van de woning van [gedaagde] moest komen. Daarnaast herkende de politieagent het meisje die de deur open deed van de foto van het WhatsApp-gesprek dat hem kort daarvoor werd getoond. Ook hebben de buren verklaard dat zij de meisjes herkenden en dat er veel aanloop bij de woning is.
4.6.
Het faciliteren van illegale prostitutieactiviteiten is een dermate ernstige tekortkoming in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen dat naar verwachting een ontbinding van de huurovereenkomst in de bodemprocedure reeds op die grond gerechtvaardigd zal worden geacht. De vraag of [gedaagde] met het vorenstaande wel of niet ook overlast heeft veroorzaakt voor de omgeving – hetgeen hij betwist – kan daarom buiten beschouwing worden gelaten. Van Woongoed kan niet worden verlangd de uitkomst van de bodemprocedure af te wachten, ook omdat [gedaagde] ondanks waarschuwing het gebruik van de woning voor prostitutie heeft voortgezet. De vordering tot ontruiming van de woning zal dan ook bij wijze van voorlopige voorziening worden toegewezen.
Er geldt een ontruimingstermijn van 14 dagen
4.7.
[gedaagde] heeft – wegens zijn verblijf in [ggz-instelling] – verzocht om een ruimere ontruimingstermijn. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een ruimere ontruimingstermijn te bevelen nu niet duidelijk is hoe lang [gedaagde] elders zal verblijven. De door Woongoed gevorderde ontruimingstermijn van 14 dagen zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woongoed worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
958,45
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter als voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze goederen niet het eigendom van Woongoed zijn, en, met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Woongoed te stellen;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de zijde van Woongoed zijn vastgesteld op € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11647854 \ VV EXPL 25-17
Vonnis in kort geding van 11 juni 2025
in de zaak van
STICHTING WOONGOED MIDDELBURG,
te Middelburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Woongoed,
gemachtigde: mr. F.J.M. Tielemans,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.C.W.L. Grootjans.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in kort geding van 6 mei 2025 met 11 producties;- de producties 12 t/m 15 van Woongoed van 19 mei 2025;- de mondelinge behandeling van 28 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Opmerking verdient dat [gedaagde] niet ter zitting aanwezig was omdat hij op dat moment in [ggz-instelling] , verbleef. De gemachtigde van [gedaagde] was wel aanwezig;- de spreekaantekeningen van mr. J. Mikes (die mr. F.J.M. Tielemans verving);- de spreekaantekeningen van mr. J.C.W.L. Grootjans.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Woongoed verhuurt aan [gedaagde] vanaf 3 september 2021 de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).
2.2.
Uit een e-mail van 25 november 2021 blijkt dat via [website] een afspraak is gemaakt tussen een klant en een prostituee waarin de prostituee het adres van de woning noemt.
2.3.
Op 8 december 2021 heeft Woongoed meldingen van omwonenden ontvangen over ongure types die voor korte bezoekjes naar de woning zouden komen.
2.4.
Wegens de meldingen heeft op 23 februari 2022 tussen Woongoed en [gedaagde] een gesprek plaatsgevonden over overlast en illegale prostitutie.
2.5.
Op 24 mei 2022 heeft Woongoed via de wijkboa opnieuw meldingen ontvangen over overlast en mogelijke illegale prostitutie.
2.6.
Op 8 augustus 2022 heeft een buurtbewoner melding gemaakt van overlast van bezoek van [gedaagde] en heeft aangegeven dat zij en haar zoon zich niet veilig voelen in hun eigen huis en in de straat.
2.7.
Uit een door Woongoed uitgevoerd buurtonderzoek in de periode van 10 tot en met 18 juli 2024 is gebleken dat meerdere buurtbewoners overlast ervaren en zich onveilig voelen.
2.8.
Naar aanleiding van twee anonieme meldingen bij de politie is zij op 9 februari 2025 ter plaatse gekomen. Op 27 februari 2025 heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. In deze rapportage staat onder meer het volgende:
“Vervolgens troffen collega’s voor de deur van de [adres] in [woonplaats] een man aan. Deze man verklaarde desgevraagd dat hij een afspraak had met een prostituee. De man liet via zijn telefoon een afbeelding zien aan de collega. Tijdens het gesprek werd de voordeur geopend door een meisje met ontblote benen. De collega herkende dit meisje als dezelfde persoon die de man liet zien via zijn telefoon. Het meisje schrok zichtbaar van de aanwezigheid van de collega. Betrokkene [gedaagde] voegde zich bij het meisje waarna de collega’s toestemming kregen om de woning te betreden. In de woning troffen collega’s nog een tweede meisje aan. Verder was er niemand in de woning aanwezig.”
2.9.
De burgemeester van Middelburg heeft [gedaagde] op 11 maart 2025 een last onder dwangsom opgelegd. Die last houdt in dat hij niet nogmaals in zijn woning een illegale seksinrichting mag hebben.
Geschil
3.1.
Woongoed vordert – samengevat en na eisvermindering – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van de woning binnen 14 dagen en betaling van de proceskosten.
3.2.
Woongoed legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] schiet tekort in de nakoming van zijn huurdersverplichtingen op basis van de wet en de huurvoorwaarden door de woning in strijd met de bestemming te gebruiken voor (illegale) prostitutie en door het veroorzaken van overlast. Die overlast bestaat uit geluidsoverlast, aan- en inloop van diverse personen en het veroorzaken van onveilige situaties. [gedaagde] is ook aansprakelijk voor gedragingen van hen die zich met zijn goedvinden in de woning bevinden. Het is zeer aannemelijk dat [gedaagde] op de hoogte is van de activiteiten. Van Woongoed kan niet worden gevergd dat zij de huurovereenkomst nog langer voortzet.
3.3.
[gedaagde] betwist dat er sprake is van illegale prostitutie en/of overlast. [gedaagde] voert aan dat door Woongoed niet voldoende is onderbouwd dat er sprake is van illegale prostitutie dan wel overlast en betwist dat het vermoeden van illegale prostitutie een dermate ernstige tekortkoming is die ontruiming van de woning rechtvaardigt.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
Woongoed heeft een spoedeisend belang
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een (diepgaand) onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak gevorderd.
4.2.
Woongoed stelt dat zij een spoedeisend belang bij de vordering heeft omdat er voldoende zwaarwegende omstandigheden zijn die een zo spoedig mogelijke ontruiming van de woning rechtvaardigen. Daarnaast is Woongoed een sociale woningverhuurder en wenst zij te verhuren aan een woningzoekende die wel de huurdersverplichtingen nakomt. Het is onwenselijk dat de woning op de krappe (sociale huur)woningmarkt bezet wordt gehouden door een huurder die zijn verplichtingen niet nakomt, aldus Woongoed. Ook zou het een onwenselijke situatie opleveren als [gedaagde] in de woning kan verblijven wegens het risico van recidive en van overlast. Zij stelt daarom dat niet van haar gevergd kan worden de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.
4.3.
Daartegenover heeft de gemachtigde van [gedaagde] ter zitting aangevoerd dat [gedaagde] naar [ggz-instelling] is gebracht en er daardoor geen vermeend gevaar voor escalatie of ander gevaar is. Daarom zou er op dat moment in ieder geval geen sprake kunnen zijn van een spoedeisend belang.
4.4.
De kantonrechter overweegt dat de overlast, als deze zou komen vast te staan, ernstig is. Het gaat hier om een sociale huurwoning. Naar algemeen bekend, geldt dat voor dergelijke woningen lange wachtlijsten bestaan. Woongoed heeft de verplichting om te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van de schaarse voorraad sociale huurwoningen en zij dient bij te dragen aan de leefbaarheid in de buurt waar haar woningen gelegen zijn. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat Woongoed een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
4.5.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn verweer dat Woongoed onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van illegale prostitutie. Anders dan [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat door de door Woongoed overgelegde brief van de burgemeester van Middelburg en de politierapportage in beginsel voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] in het gehuurde illegale prostitutieactiviteiten heeft gefaciliteerd en daarmee in strijd met zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst met Woongoed heeft gehandeld. Dat – zoals [gedaagde] aanvoert – de meisjes richting de politie hebben verklaard dat zij geen werkzaamheden uitvoerden in Nederland en niets wisten van een afspraak met een klant, doet daar niet aan af. De kantonrechter acht die verklaringen weinig geloofwaardig nu de door de politieagenten aan de deur van de woning aangetroffen man verklaarde dat hij een afspraak met een prostituee had en uit het WhatsApp-gesprek bleek dat hij naar het adres van de woning van [gedaagde] moest komen. Daarnaast herkende de politieagent het meisje die de deur open deed van de foto van het WhatsApp-gesprek dat hem kort daarvoor werd getoond. Ook hebben de buren verklaard dat zij de meisjes herkenden en dat er veel aanloop bij de woning is.
4.6.
Het faciliteren van illegale prostitutieactiviteiten is een dermate ernstige tekortkoming in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen dat naar verwachting een ontbinding van de huurovereenkomst in de bodemprocedure reeds op die grond gerechtvaardigd zal worden geacht. De vraag of [gedaagde] met het vorenstaande wel of niet ook overlast heeft veroorzaakt voor de omgeving – hetgeen hij betwist – kan daarom buiten beschouwing worden gelaten. Van Woongoed kan niet worden verlangd de uitkomst van de bodemprocedure af te wachten, ook omdat [gedaagde] ondanks waarschuwing het gebruik van de woning voor prostitutie heeft voortgezet. De vordering tot ontruiming van de woning zal dan ook bij wijze van voorlopige voorziening worden toegewezen.
Er geldt een ontruimingstermijn van 14 dagen
4.7.
[gedaagde] heeft – wegens zijn verblijf in [ggz-instelling] – verzocht om een ruimere ontruimingstermijn. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een ruimere ontruimingstermijn te bevelen nu niet duidelijk is hoe lang [gedaagde] elders zal verblijven. De door Woongoed gevorderde ontruimingstermijn van 14 dagen zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woongoed worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
958,45
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter als voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze goederen niet het eigendom van Woongoed zijn, en, met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Woongoed te stellen;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de zijde van Woongoed zijn vastgesteld op € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.