Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-16
ECLI:NL:RBZWB:2025:358
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,453 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/430279 / FA RK 24-6099
Datum uitspraak: 16 januari 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. J. Nederlof te Tilburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 december 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2025 te Tilburg, aan het [adres] . Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam 1] , casemanager FACT;
mevrouw [naam 2] , herstelcoach begeleid wonen.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 18 januari 2025.
2.2.
Voor betrokkene is een mentorschap ingesteld.
3Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), voor de duur van twaalf maanden te verlenen voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene merkt op dat hij inmiddels begeleid woont gedurende circa acht weken en dat dit positief verloopt. Ook gebruikt hij consequent de hem voorgeschreven medicatie. Hij vindt dat hij verplichte zorg in het kader van een zorgmachtiging, bij wijze van extra vangnet, nog nodig heeft. Daarom kan hij achter het verzoek staan.
4.2.
De casemanager FACT brengt naar voren dat zij betrokkene al zeer geruime tijd kent. Echter als casemanager is zij sinds twee jaar weer actief bij hem betrokken. Betrokkene beschikt intussen over een eigen begeleide woonplek en hij heeft daarnaast sociale contacten, waarbij hij positief weet aan te sluiten. Ook worden door hem de afspraken in het kader van ambulante behandeling, meer specifiek waar die zien op medicatiegebruik en periodieke medische controles, consequent nagekomen. Niettemin acht zij de kans nog in belangrijke mate aanwezig dat, zodra er van een verplicht kader geen sprake meer is, betrokkene zijn medewerking alsnog zal staken. Zij ondersteunt daarom het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging, voor zover dit ziet op het verplicht kunnen toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder te verstaan dat hij contact zal blijven onderhouden met het FACT team en met het RIBW. Het gebruik van communicatiemiddelen hoeft in haar visie van deze verplichte zorgvorm geen deel uit te maken, nu daarvoor op dit moment strikt genomen de noodzaak niet aanwezig is.
4.3.
De herstelcoach sluit zich aan bij hetgeen door de casemanager FACT naar voren is gebracht.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij op basis van het voorgesprek met zijn cliënt en de mondelinge behandeling concludeert dat aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging - zoals mondeling besproken - wordt voldaan. Deze verplichte zorgvormen ziet hij voor zijn cliënt als passend en ook helpend. Cliënt kan daar bovendien zelf achter staan, nu hij deze verplichte zorg nadrukkelijk beschouwt als ‘duwtje in de rug’. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek, voor zover dit de strikt noodzakelijke en mondeling besproken zorgvormen betreft, kan worden toegewezen, dus met dien verstande dat de noodzaak van een beperkende maatregel voor zover die ziet op ‘het gebruik van communicatiemiddelen’ niet is gebleken en dit onderdeel daarom dient te worden afgewezen.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken en de mondelinge behandeling genoegzaam dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrum stoornis.
5.3.
Daarnaast blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en de mondelinge behandeling ook genoegzaam dat het door zijn stoornis veroorzaakt gedrag van betrokkene leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel in de vorm van:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Betrokkene maakt momenteel met de hem geboden zorg in een verplicht kader, waaraan door hem consequent wordt meegewerkt, belangrijke stappen vooruit. Hij woont sinds acht weken begeleid en hij heeft weer sociale contacten, waarbij hij positief weet aan te sluiten. Daar staat tegenover dat uit de stukken en de toelichting van zijn behandelaar blijkt dat zij op dit moment de kans nog reëel aanwezig acht dat, zodra er geen verplicht kader meer is, betrokkene geheel of gedeeltelijk niet meer zal meewerken aan de voor hem noodzakelijk geachte zorg om voldoende stabiel te (blijven) functioneren. Betrokkene heeft dit als zodanig mondeling bevestigd. Daarom is naar het oordeel van de rechtbank verplichte zorg op dit moment nog nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder te verstaan dat betrokkene contact zal (blijven) onderhouden met het ambulante FACT team en met het RIBW.
Gebleken is tenslotte dat voor andere vormen van verplichte zorg geen noodzaak bestaat, zodat andere dan de hiervóór genoemde vormen van verplichte zorg zullen worden afgewezen.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.8.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ;
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 5.6 kunnen worden getroffen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025 door mr. Pulskens, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 22 januari 2025
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.