Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-14
ECLI:NL:RBZWB:2025:3513
Civiel recht
Bodemzaak
2,628 tokens
Inleiding
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/433459 / HA ZA 25-170
Vonnis van 14 mei 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
te [plaats 1] ,2. [eiser 2],
te [plaats 2] , [land] ,3. [eiser 3],
te [plaats 3] ,
eisers in het incident ex artikel 223 Rv,
eisers in de hoofdzaak,
advocaat: mr. P.C. van der Kuijl,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats 1] ,
gedaagde in het incident ex artikel 223 Rv,
gedaagde in de hoofdzaak,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 maart 2025, tevens houdende incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, met producties,
- het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Feiten
2.1.
Eisers en gedaagde zijn kinderen en erfgenamen van de op [datum] 2023 overleden heer [erflater].
2.2.
De nalatenschap is door één of meerdere erfgenamen beneficiair aanvaard, zodat deze dient te worden vereffend volgens de wet.
2.3.
Bij beschikking d.d. 21 februari 2024 heeft de kantonrechter gedaagde een termijn van vier weken gesteld om haar keuze met betrekking tot het (zuiver dan wel beneficiair) aanvaarden van de nalatenschap van erflater kenbaar te maken. Van gedaagde werd niets vernomen.
Geschil
In de hoofdzaak
3.1.
Eisers vorderen, bij vonnis, uitvoervaar bij voorraad:
a. [eiser 1] op grond van artikel 3:299 BW te machtigen om alle erfgenamen te vertegenwoordigen ter zake van het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW over de nalatenschap van erflater, alsmede ter zake van de lichte vereffening van de nalatenschap. Deze bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft onder meer het aannemen van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties, waaronder het innen van banktegoeden, het betalen van de schulden en van de begrafenis- of crematiekosten, het doen van de vereiste belastingaangiften en het betalen van de verschuldigde belastingen. Ook dient de volmacht te omvatten het incasseren van verzekeringsuitkeringen en het verrichten van alle daarmee samenhangende handelingen, ook voor zover de uitkering als zelfstandig recht buiten de nalatenschap om wordt verkregen door de (of een van de) erfgenamen als begunstigde(n). Tevens dient de volmacht zich uit te strekken tot de bevoegdheid alle erfgenamen te vertegenwoordigen bij beschikkingshandelingen over de goederen van de nalatenschap.
b. gedaagde te veroordelen haar BSN nummer aan [eiser 1] te verstrekken ten behoeve van de te verrichten aangifte erfbelasting, zulks op straffe van een te verbeuren dwangsom van
€ 250,- per dag of dagdeel dat gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
c. de boedelbeschrijving in goede justitie vast te stellen;
d. de verdeling van de nalatenschap in goede justitie vast te stellen;
e. gedaagde te veroordelen in de proceskosten.
In het incident
3.2.
Eisers vorderen, bij vonnis, uitvoervaar bij voorraad:
a. [eiser 1] op grond van artikel 3:299 BW te machtigen om alle erfgenamen te vertegenwoordigen ter zake van het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW over de nalatenschap van erflater, alsmede ter zake van de lichte vereffening van de nalatenschap. Deze bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft onder meer het aannemen van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties, waaronder het innen van banktegoeden, het betalen van de schulden en van de begrafenis- of crematiekosten, het doen van de vereiste belastingaangiften en het betalen van de verschuldigde belastingen. Ook dient de volmacht te omvatten het incasseren van verzekeringsuitkeringen en het verrichten van alle daarmee samenhangende handelingen, ook voor zover de uitkering als zelfstandig recht buiten de nalatenschap om wordt verkregen door de (of een van de) erfgenamen als begunstigde(n). Tevens dient de volmacht zich uit te strekken tot de bevoegdheid alle erfgenamen te vertegenwoordigen bij beschikkingshandelingen over de goederen van de nalatenschap.
b. gedaagde te veroordelen haar BSN nummer aan [eiser 1] te verstrekken ten behoeve van de te verrichten aangifte erfbelasting, zulks op straffe van een te verbeuren dwangsom van € 250,- per dag of dagdeel dat gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
c. gedaagde te veroordelen in de proceskosten
3.3.
Eisers leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag. De nalatenschap bestaat naar alle waarschijnlijkheid uit een positief banksaldo van naar schatting
€ 300.000,- alsmede een klein stukje grond in [plaats 4] met een nog onbekende waarde. [eiser 2] heeft aangegeven dat hij de grond graag aan zichzelf toegedeeld wenst te zien. De afwikkeling van de nalatenschap bevindt zich al een geruime tijd in een impasse doordat gedaagde ieder contact met eisers mijdt en nergens op reageert. [eiser 1] is bereid om alle voor de afwikkeling van de nalatenschap noodzakelijke handelingen te verrichten, maar ervaart dat dit haar niet lukt omdat instanties, waaronder de banken, voor iedere rechtshandeling de handtekening van alle vier de erfgenamen vereisen. Vanwege het gebrek aan reactie en medewerking van de zijde van gedaagde, zien eisers zich genoodzaakt deze procedure te starten.
3.4.
Gedaagde heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
In het incident
4.1.
Toewijzing van een vordering tot een voorlopige voorziening voor de duur van het geding is alleen mogelijk wanneer eisers daarbij voldoende belang hebben. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.
4.2.
In dat kader is van belang dat gedaagde geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering. De vordering komt de rechtbank voorshands niet onrechtmatig of ongegrond voor. Met de gevorderde machtiging verkrijgen eisers de mogelijkheid tot het inwinnen van de voor de verdere afwikkeling van de nalatenschap benodigde inlichtingen. Het belang van eisers is daarmee voldoende gegeven. De vordering wordt daarom toegewezen, met dien verstande dat de aan vordering b verbonden dwangsom zal worden gemaximeerd tot een bedrag van € 5.000,-.
4.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:
- salaris advocaat € 614,00 (1 punt × € 614,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)totaal € 792,00
4.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna in het dictum bepaald.
In de hoofdzaak
4.5.
Eisers worden in de gelegenheid gesteld hun vorderingen onder c en d bij akte nader te onderbouwen wanneer zij over de benodigde informatie beschikken. Aangezien gedaagde tot dusver niet in de procedure is verschenen, dienen eisers de te nemen akte aan haar te betekenen en het betekeningsexploot bij het indienen van de akte voor de rol van 20 augustus 2025 over te leggen.
Dictum
De rechtbank
In het incident
5.1.
machtigt [eiser 1] op grond van artikel 3:299 BW om alle erfgenamen van
de heer [erflater] te vertegenwoordigen ter zake van het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW over de nalatenschap van [erflater] , alsmede ter zake van de lichte vereffening van de nalatenschap. Deze bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft onder meer het aannemen van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties, waaronder het innen van banktegoeden, het betalen van de schulden en van de begrafenis- of crematiekosten, het doen van de vereiste belastingaangiften en het betalen van de verschuldigde belastingen. Ook omvat de volmacht het incasseren van verzekeringsuitkeringen en het verrichten van alle daarmee samenhangende handelingen, ook voor zover de uitkering als zelfstandig recht buiten de nalatenschap om wordt verkregen door de (of een van de) erfgenamen als begunstigde(n). De volmacht strekt zich tevens uit tot de bevoegdheid alle erfgenamen te vertegenwoordigen bij beschikkingshandelingen over de goederen van de nalatenschap;
5.2.
veroordeelt gedaagde om, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, haar BSN nummer aan [eiser 1] te verstrekken ten behoeve van de te verrichten aangifte erfbelasting, zulks op straffe van een te verbeuren dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 5.000,00;
5.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af;
In de hoofdzaak
5.7.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 20 augustus 2025 voor akte als bedoeld in r.o. 4.5.;
5.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.