Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2025:3510
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Mondelinge uitspraak
1,784 tokens
Inleiding
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/426919 / HA ZA 24-532
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 18 februari 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
te [plaats] ,2. [eiser 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna gezamenlijk te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. P. Verkooijen,
tegen
de STICHTING THUISZORG WEST-BRABANT,
te Roosendaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TWB,
advocaat: mr. C. Banis.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Breda.
De zaak wordt behandeld door mr. R.T. Hermans, rechter, en mr. J.A.I. Verheijen-van Gool als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser 1] in persoon, bijgestaan door mr. Verkooijen voormeld,
- van de zijde van TWB, [naam 1] , financieel manager bij TWB, bijgestaan door mr. R. Hinsen en mr. Banis voormeld.
Procesverloop
1.1.
In deze zaak heeft vandaag een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. De rechter heeft daarna de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de rechter in aanwezigheid van de partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 29a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eisers] vordert veroordeling van TWB tot betaling van een bedrag van € 32.989,38. [eisers] houdt TWB aansprakelijk voor de schade die op 16 mei 2023 is ontstaan aan de tegelvloer in de woning van [eisers] toen een medewerker van TWB tijdens schoonmaakwerkzaamheden een beeldje heeft omgestoten. Dit beeldje is op de tegelvloer terecht gekomen waarbij drie vloertegels beschadigd zijn. Volgens [eisers] is TWB gehouden de kosten voor het vervangen van de gehele tegelvloer met bijkomende kosten te vergoeden. TWB heeft aansprakelijkheid voor de schade erkend. Zij betwist dat zij gehouden is de volledige vervanging van de tegelvloer te vergoeden. TWB heeft [eisers] met betrekking tot de schade een bedrag van € 7.010,62 betaald, bestaande uit de kosten voor partieel herstel en de aanschafkosten van de tegelvloer. Volgens TWB heeft zij hiermee aan haar verplichting tot vergoeding van de schade voldaan.
Geschil
3.2.
Uitgangspunt bij het begroten van de schade is dat de benadeelde, [eisers] , zoveel mogelijk in de toestand komt te verkeren van voor de schadeveroorzakende gebeurtenis. Het gaat in deze zaak om zaakschade. Bij zaakschade zijn toewijsbaar de naar objectieve maatstaven berekende kosten die met het herstel zijn gemoeid. De aard van zodanige schade rechtvaardigt dat de rechter bij het begroten daarvan in beginsel abstraheert van omstandigheden die de bijzondere situatie van de benadeelde eigenaar betreffen (abstracte begroting). De rechtbank stelt voorop dat zij een grote mate van vrijheid heeft bij de begroting van de schade. In deze zaak speelt de aard van de schade, de omvang daarvan en de redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol.
3.3.
Vast staat dat door het omstoten van het beeldje drie tegels van de tegelvloer van [eisers] zijn gechipt. [eisers] vordert vergoeding van volledige vervanging van de tegelvloer met bijkomende kosten omdat de tegels niet meer geleverd kunnen worden. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank bij de begroting van de schade van [eisers] de volgende omstandigheden van belang. Allereerst betreft het schade aan een tegelvloer. Een tegelvloer is een gebruiksvoorwerp waaraan door het gebruik schade kan ontstaan. Verder was het omstoten van het beeldje door de medewerker van TWB een ongeluk. Er was geen sprake van opzet. Het feit dat de tegels niet meer leverbaar zijn, is, hoe vervelend ook, een omstandigheid die niet voor rekening en risico van TWB dient te komen. Daarnaast staat de vordering van [eisers] tot vergoeding van volledige vervanging van de volledige tegelvloer in geen enkele verhouding tot de lichte beschadiging aan de drie tegels. Dit geldt zeker nu uit het door [eisers] overgelegde rapport van [naam 2] blijkt dat eenvoudig partieel herstel van de tegels mogelijk is. De met dit partiele herstel gemoeide kosten belopen volgens het rapport een bedrag van € 586,85 incl btw. Dat uit de offerte van het herstelbedrijf blijkt dat er een mogelijkheid bestaat dat bij een bepaalde lichtinval het herstel zichtbaar zou kunnen zijn (“wij kunnen de schade zeer netjes herstellen, echter niet 100% onzichtbaar bij een bepaalde lichtinval”), is een omstandigheid waar [eisers] genoegen mee zal moeten nemen. Vaststaat dat TWB naast de kosten voor partieel herstel ook de aanschafkosten van de tegelvloer heeft voldaan. Gelet op de hiervoor aangehaalde omstandigheden dekt dit reeds door TWB betaalde bedrag de schade van [eisers] voldoende. De vordering van [eisers] moet daarom worden afgewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
3.4.
[eisers] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Thuiszorg West-Brabant worden begroot op:
- griffierecht
€
2.889,00
- salaris advocaat
€
1.572,00
(2 punten × € 786,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.639,00
Dictum
De rechtbank
4.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
4.2.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 4.639,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Hermans en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt.