Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:3473
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
900 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1863
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege gegeven omgevingsvergunning.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Het beroep dat is ingesteld door eiser komt inhoudelijk overeen met het beroep dat eerder is ingesteld door de echtgenote van eiser. In dit beroep met zaaknummer: BRE 22/5597 heeft de rechtbank op 6 februari 2023 uitspraak gedaan en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Rechtsoverweging 5.3 van voorgenoemde uitspraak luidt als volgt: “Omdat alleen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo toestemming kan worden verleend voor de strijdigheid met het bestemmingsplan, is de uitgebreide procedure op de aanvraag van toepassing en is de vergunning niet van rechtswege verleend. Nu geen sprake is van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning, stond voor eiseres ook geen rechtsmiddel open tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege als bedoeld in artikel 8:55f van de Awb. Het beroep dient dan niet-ontvankelijk te worden verklaard.” Bij deze rechtsoverweging wordt verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 31 augustus 2022.
3. De echtgenote van eiser is vervolgens in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak. De ABRvS heeft op 11 november 2024 de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd en geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is.
4. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om anders te oordelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk om de redenen die hierboven onder 2. zijn weergegeven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van J. Stevens, griffier, op 3 juni 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 februari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:777
ABRvS 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2554, r.o. 4.4.
ABRvS 11 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4658. r.o. 5. en 6.