Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-02
ECLI:NL:RBZWB:2025:3433
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,005 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 11048891 \ MB VERZ 24-555
CJIB-nummer : 9062 5422 6029 9316
uitspraakdatum : 2 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: niet op eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven op de Hazelaarstraat ter hoogte van [huisnummer] te Tilburg op 17 augustus 2023 om 14:55 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene werd op de pleegdatum in een fuik gereden. Hier moest betrokkene zijn kentekenbewijs en rijbewijs laten zien. Betrokkene had enkel het kentekenbewijs bij zich. Betrokkene heeft de verbalisant vervolgens uitgelegd waarom betrokkene geen rijbewijs bij zich had en dat hij wel een kopie had. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij aan de verbalisant ter plaatse had aangeboden om zijn vriendin te laten komen die het rijbewijs van betrokkene bij zich had.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene ontkent de gedraging niet, maar doet een beroep op omstandigheden. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene als bestuurder om ten alle tijden zijn rijbewijs te kunnen tonen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dat wordt ook niet ontkend.
De boete is dus terecht opgelegd.
Het is de bevoegdheid van de verbalisant om een waarschuwing te geven, gelegenheid te geven het rijbewijs alsnog over te leggen en direct een boete te geven. De verbalisant mocht er dus voor kiezen om een boete op te leggen.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.