Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:3406
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
910 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10918131 \ MB VERZ 24-80
CJIB-nummer : 1062 5422 4935 9765
uitspraakdatum : 11 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: met een vtg rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt op de Poortweg te Bergen op Zoom op 7 mei 2022 om 13:23 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De lading bestond uit een zware houten kist, een oprijplaat en een motorsteun. Dit valt niet onder losse lading zoals bedoeld in P061. De lading kwam niet boven de zijschotten uit en kon ook niet van de kar afvallen of waaien gezien de grote en zwaarte van de lading. Betrokkene is het niet eens met wat verbalisant in het zaaksoverzicht heeft verklaard. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er geen sprake was van een onveilige situatie.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de foto’s in het dossier is niet te zien dat het om een losse lading gaat welke mogelijk van de aanhangwagen kon afvallen. Gelet op de pleegdatum is er wegens proceseconomische redenen geen aanvullend proces-verbaal meer opgevraagd. De gedraging kan dan ook niet voldoende worden vastgesteld.
Overwegingen
De verklaring van verbalisant in het zaaksoverzicht bevat onduidelijkheden. Uit de foto’s die betrokkene heeft toegevoegd aan zijn beroepschrift blijkt niet dat het ging om een niet deugdelijk afgedekte losse lading.
Dit betekent dat niet met voldoende zekerheid vast staat dat de gedraging is verricht. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: