Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-13
ECLI:NL:RBZWB:2025:3349
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,409 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11344720 \ MB VERZ 24-1365
CJIB-nummer : 4062 5422 5957 0292
uitspraakdatum : 13 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen samen met haar dochter [persoon]. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Visserstraat te Breda op 12 juli 2023 om 15:41 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is. Betrokkene stelt dat er werkzaamheden aan de gang waren, waardoor meerdere bestuurders de fout in zijn gegaan. Ook haar navigatie stuurde haar deze weg in. Het was zo onoverzichtelijk dat zowel betrokkene als de navigatie de kluts kwijt waren. Betrokkene heeft contact opgenomen met de gemeente. Het advies was om in bezwaar te gaan en foto’s te maken van de pleeglocatie. Betrokkene verwijst daarom naar de bijlagen.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat haar dochter reed. Over het al dan niet te laat instellen van beroep bij de officier van justitie heeft de dochter van betrokkene aangevoerd dat ze er een dag voor de zittingsdatum achter kwam dat de zaak zou worden behandeld. Het is inmiddels een tijd geleden waardoor ze zich slechts herinnert dat ze vanwege haar zieke oma te laat waren. Betrokkene heeft hierover aangevoerd dat zij zelf mantelzorger is en zij destijds meer met haar moeder bezig was dan met de boete. Verzocht is om aanhouding van de zaak, zodat de reden van de termijnoverschrijding met stukken aannemelijk gemaakt kan worden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. De aangevoerde medische situatie wordt niet met stukken onderbouwd.
Overwegingen
Aanhoudingsverzoek
De kantonrechter ziet geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene om bewijsstukken mee te nemen of tijdig in te dienen.
Termijnoverschrijding officier van justitie
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 9 september 2023. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 12 september 2023 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan haar kan worden toegerekend. De kantonrechter gelooft wel het verhaal van betrokkene dat zij als mantelzorger optrad voor haar moeder, maar uit niets blijkt dat zij daardoor niet in staat was om tijdig beroep in te stellen. De termijn van zes weken is lang genoeg en voorziet voldoende in dergelijke situaties.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen die beslissing is dan ook ongegrond. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling of de boete terecht is opgelegd.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.