Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:3186
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,486 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11274050 \ MB VERZ 24-1130
CJIB-nummer : 1062 5422 5918 9164
uitspraakdatum : 17 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 28 juni 2023 om 09:28 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat er wegwerkzaamheden waren die zorgden voor de nodige spanning en verwarring, aangezien zij niet bekend is met de pleeglocatie en het navigatiesysteem aangaf dat zij rechtdoor kon rijden. Ook was het weer slecht, met harde regenval, wat het zicht ernstig belemmerde. Betrokkene wil, hoewel wordt beweerd dat de bebording aanwezig was op de pleeglocatie, benadrukken dat ze niet door had dat het een weg betrof die alleen bestemd was voor taxi’s en bussen. Daarom keerde zij onmiddellijk om, met als doel verdere overtreding en gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarom heeft betrokkene ook twee boetes gekregen. Betrokkene geeft aan dat het een ongelukkige fout was en dat ze hoopt dat de intentie om direct te corrigeren voldoende blijkt. Betrokkene hoopt op begrip.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat ze net het voertuig had gekocht en een miskraam achter de rug had. Daarnaast had betrokkene een bruiloft binnen twee weken en zat ze met een te grote jurk, waardoor ze zenuwachtig was. Betrokkene was laat door de werkzaamheden en had het zelf niet gezien.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat er een minuut zit tussen beide boetes. De eerste boete dient volgens de zittingsvertegenwoordiger in stand te blijven, aangezien sprake was van deugdelijke bebording. Juist in de periode dat er werkzaamheden waren bij de pleeglocatie, zijn de borden naar voren gehaald. De tweede boete dient gematigd te worden tot nihil.
Overwegingen
De kantonrechter overweegt dat het in deze zaak gaat om het opleggen van meerdere boetes voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring, vastgesteld via digitale handhaving. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hierover in een arrest van 24 februari 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:1663) - kort samengevat - geoordeeld dat het “Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, versie augustus 2018” (hierna: het Beleidskader) voorschrijft dat de eerste boetebeschikking moet zijn verzonden voordat een volgende boete kan worden opgelegd. De gedachte hierachter is dat een betrokkene pas na ontvangst van de eerste boete in de gelegenheid is om zijn of haar gedrag aan te passen.
In dit geval is de eerste boetebeschikking gedateerd op 28 juni 2023 om 09:27 uur. De tweede boete betreft een overtreding op 28 juni 2023 om 09:28 uur, dat is vóór de datum van verzending van de eerste boetebeschikking. Dit betekent dat het opleggen van deze tweede boete in strijd is met het Beleidskader.
Het beroep is dus gegrond en de boetebeschikking zal worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending:
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11274050 \ MB VERZ 24-1130
CJIB-nummer : 1062 5422 5918 9164
uitspraakdatum : 17 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 28 juni 2023 om 09:28 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat er wegwerkzaamheden waren die zorgden voor de nodige spanning en verwarring, aangezien zij niet bekend is met de pleeglocatie en het navigatiesysteem aangaf dat zij rechtdoor kon rijden. Ook was het weer slecht, met harde regenval, wat het zicht ernstig belemmerde. Betrokkene wil, hoewel wordt beweerd dat de bebording aanwezig was op de pleeglocatie, benadrukken dat ze niet door had dat het een weg betrof die alleen bestemd was voor taxi’s en bussen. Daarom keerde zij onmiddellijk om, met als doel verdere overtreding en gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarom heeft betrokkene ook twee boetes gekregen. Betrokkene geeft aan dat het een ongelukkige fout was en dat ze hoopt dat de intentie om direct te corrigeren voldoende blijkt. Betrokkene hoopt op begrip.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat ze net het voertuig had gekocht en een miskraam achter de rug had. Daarnaast had betrokkene een bruiloft binnen twee weken en zat ze met een te grote jurk, waardoor ze zenuwachtig was. Betrokkene was laat door de werkzaamheden en had het zelf niet gezien.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat er een minuut zit tussen beide boetes. De eerste boete dient volgens de zittingsvertegenwoordiger in stand te blijven, aangezien sprake was van deugdelijke bebording. Juist in de periode dat er werkzaamheden waren bij de pleeglocatie, zijn de borden naar voren gehaald. De tweede boete dient gematigd te worden tot nihil.
Overwegingen
De kantonrechter overweegt dat het in deze zaak gaat om het opleggen van meerdere boetes voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring, vastgesteld via digitale handhaving. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hierover in een arrest van 24 februari 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:1663) - kort samengevat - geoordeeld dat het “Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, versie augustus 2018” (hierna: het Beleidskader) voorschrijft dat de eerste boetebeschikking moet zijn verzonden voordat een volgende boete kan worden opgelegd. De gedachte hierachter is dat een betrokkene pas na ontvangst van de eerste boete in de gelegenheid is om zijn of haar gedrag aan te passen.
In dit geval is de eerste boetebeschikking gedateerd op 28 juni 2023 om 09:27 uur. De tweede boete betreft een overtreding op 28 juni 2023 om 09:28 uur, dat is vóór de datum van verzending van de eerste boetebeschikking. Dit betekent dat het opleggen van deze tweede boete in strijd is met het Beleidskader.
Het beroep is dus gegrond en de boetebeschikking zal worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: