Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:3171
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,287 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11106399 \ MB VERZ 24-624
beschikkingsnummer: 18012414585040614200
uitspraakdatum: 11 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep inzake een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college). Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: hinder veroorzaken, door een stof op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten op 18 januari 2024 om 14:58 uur op de [straat] te Breda.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is. Betrokkene stelt na het indienen van bezwaar nooit een mail met uitleg over de procedure te hebben ontvangen, terwijl standaard wordt vermeld dat dit binnen vijf werkdagen gebeurt. Vervolgens heeft betrokkene op 23 april een mail ontvangen dat het bezwaar is ontvangen, maar onjuist in behandeling is genomen. Volgens betrokkene ligt hier een fout bij de gemeente, gelet op de verstreken tijd tussen het bezwaar en de beslissing. Betrokkene heeft niets gehoord binnen de zeswekentermijn die oorspronkelijk geldt. De procedure is niet volgens de vastgestelde termijnen behandeld en daarom is betrokkene het niet eens met de boete.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het om afval gaat dat is neergezet door een huisgenoot van haar. Betrokkene is het niet eens met hoe de procedure is gelopen en heeft zelf contact met de gemeente op moeten nemen vanwege de gebreken. De gemeente hield zich niet aan de termijnen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Procedureel is er inderdaad iets misgegaan. Betrokkene heeft tijdig bezwaar ingediend en te laat een ontvangstbevestiging gekregen. De reden daarvan is onbekend. Mogelijk is er administratief iets misgegaan bij het inboeken in het systeem. Echter, de procedure is wel gevolgd binnen de termijn die is voorgeschreven. Betrokkene heeft de gelegenheid gehad haar bezwaar mondeling toe te lichten, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. Er volgde een beslissing op bezwaar. Het heeft enkel langer geduurd dan het zou moeten duren.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dat het afval van betrokkene is wordt feitelijk ook niet ontkend. Betrokkene stelt alleen dat het afval is neergezet door een huisgenoot, maar heeft daar geen verder bewijs van geleverd.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Dat sprake is van procedurele fouten maakt niet dat de boete ongedaan dient te worden gemaakt. Betrokkene had als de bezwaarprocedure te lang duurde, twee mogelijkheden, namelijk het sturen van een ingebrekestelling, bestaande uit een verzoek om binnen 14 dagen beslissing te nemen en anders een dwangsom te betalen óf direct in beroep te gaan bij de rechtbank. Betrokkene heeft beide mogelijkheden niet benut.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.