Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:3167
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,249 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11202208 \ MB VERZ 24-905
beschikkingsnummer: 14032410571140614200
uitspraakdatum: 11 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep inzake een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college). Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en P[zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen inzamelmiddel 14 maart 2024 om 10:57 uur op de [straat] te Breda (art. 10 lid 1 Afvalstoffenverordening).
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is niet degene die op het adreslabel is vermeld. Tevens is de doos afkomstig van een leverancier van motoronderdelen, terwijl betrokkene niet in het bezit is van een motorrijbewijs dan wel een motor of scooter. Door de toezichthouder is nagelaten gegrond onderzoek te doen. Eenieder kan een pakket sturen naar betrokkene’s adres, maar dat maakt niet dat hij verantwoordelijk is hiervoor. Ook staat de genoemde persoon niet op betrokkene’s adres ingeschreven. Burgemeester en wethouders van de gemeente Breda hebben derhalve in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Ondanks dat het adreslabel niet betrokkene zijn naam bevat, staan wel zijn adresgegevens daarop vermeld. Daardoor is het afval te herleiden tot betrokkene. Verder geeft betrokkene aan dat zijn broer niet staat ingeschreven op zijn adres en dat hij weinig contact heeft met zijn broer, wat volgens de zittingsvertegenwoordiger nog meer aannemelijk maakt dat betrokkene de overtreder is. Ook blijkt uit wat betrokkene in het hoorgesprek aanvoerde dat de doos ook niet door een ander uit zijn container kon worden gehaald, omdat zijn container niet buiten stond. Daardoor blijft het tot betrokkene te herleiden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Volgens vaste rechtspraak (bijv. ECLI:NL:GHARL:2022:4106) mag in de regel worden aangenomen dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dan is het vervolgens aan diegene om aannemelijk te maken dat hij of zij niet degene is geweest die het voorschrift heeft geschonden.
Voor de kantonrechter staat vast dat het huishoudelijk afval tot betrokkene is te herleiden. Het adreslabel op de doos bevat zijn adres. Weliswaar niet zijn naam, maar wel die van zijn broer. Daarmee is het afval tot het huis van betrokkene en daarmee tot hem te herleiden. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet degene is geweest die de overtreding heeft gepleegd.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.