Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-16
ECLI:NL:RBZWB:2025:306
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,416 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/404367 / FA RK 22-5640
Datum uitspraak: 16 januari 2025
Nadere beschikking betreffende zorgregeling
in de zaak van
[de man]
,
hierna te noemen: de man,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. C.G.M. Baas te Bergen op Zoom,
tegen
[de vrouw],
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. A.A.T. van Ginderen te Etten-Leur,
betreffende de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019;
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over de verzoeken te adviseren.
1Het nadere procesverloop
1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de tussenbeschikking van deze rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, van 24 juli 2023 en alle daarin opgenomen en vermelde stukken;
- het e-mailbericht van de gemeente Bergen op Zoom van 1 mei 2024, met als bijlage de negatieve terugkoppeling van het UHA-traject van 1 mei 2024;
- de op 16 september 2024 ontvangen Raadsrapportage van 11 september 2024;
- het F9-formulier van mr. Baas van 15 oktober 2024;
- het F9-formulier van mr. Van Ginderen van 29 oktober 2024;
- het F9-formulier van mr. Van Ginderen van 9 januari 2025;
- het F9-formulier van mr. Baas van 10 januari 2025.
2De verdere beoordeling
2.1
Bij tussenbeschikking van 24 juli 2023 heeft de rechtbank de verzoeken van de man en de vrouw om het hoofdverblijf van [minderjarige 1] bij de vrouw te bepalen, toegewezen. Daarnaast heeft de rechtbank, conform de overeenstemming van partijen, bepaald dat de man en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar gedurende week 1 van donderdag 17.30 uur tot zondagavond 17.00 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen. Voorts zijn partijen bij deze beschikking verwezen naar het Uniform Hulpaanbod voor (jeugd)hulpverlening ten behoeve van de in deze beschikking onder rechtsoverweging 4.6 genoemde resultaten. In afwachting van deze hulpverlening heeft de rechtbank bepaald dat de man en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar gedurende week 2 van woensdag 09.00 uur tot vrijdagochtend 09.00 uur. De beslissing op de definitieve zorg- c.q. omgangsregeling is aangehouden.
2.2
Mr. Van Ginderen heeft de rechtbank namens de vrouw op 9 januari 2025 geïnformeerd dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de zorg- c.q. omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Partijen zijn het volgende overeengekomen, en hebben daarbij afgesproken dat deze afspraken gelden, tenzij zij samen anders overeenkomen:
Zorg c.q. omgangsregeling
De man en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gerechtigd tot contact met elkaar eenmaal per twee weken vanaf donderdag uit school tot en met woensdagochtend aanvang school. Op studiedagen en bij ziekte zullen de kinderen (danwel het zieke kind) niet uit school wisselen, maar op donderdagochtend tussen 8.00u en 9.00u naar de man gaan en op woensdagochtend tussen 8.00u en 9.00u naar de vrouw gaan.
Vakanties
De reguliere weekendregeling zal door de vakanties niet omgewisseld worden.
Tijdens de kerstvakantie en de meivakantie zullen de minderjarigen de eerste week bij de ouder verblijven, bij wie zij volgens de reguliere contactregeling verblijven in het weekend voor de start van de vakantie. De minderjarigen verblijven de tweede week bij de andere ouder. Het wisselmoment is op vrijdagmiddag.
De minderjarigen verblijven in de herfst- en voorjaarsvakantie het eerste deel van de vakantie bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere contactregeling verblijven in het weekend voor de start van de vakantie. De tweede helft verblijven zij bij de andere ouder. Het wisselmoment is op woensdagochtend voor de lunch.
Tijdens de zomervakantie verblijven de minderjarigen gedurende drie aaneengesloten weken bij de vrouw en gedurende één losse en twee aaneengesloten weken bij de man (dus in de variant 1-3-2 of 2-3-1). Ook bij de verdeling van de zomervakantie zal de reguliere weekendregeling niet worden omgewisseld.
Feestdagen
Kerstdagen: de minderjarigen mogen op 1e of 2e kerstdag naar de ouder bij wie zij in die week niet verblijven;
Oud & Nieuw: de minderjarigen mogen op 31 december of 1 januari naar de ouder bij wie zij in die week niet verblijven.
Partijen zullen de overige officiële feestdagen (waaronder Koningsdag), alsmede de carnavalsdagen en Halloween verdelen.
Bijzondere dagen
Verjaardagen ouders: de minderjarigen verblijven bij de jarige ouder, met overnachting;
Verjaardagen kinderen: op de verjaardag van een van de kinderen zijn de beide ouders welkom om het jarige kind te feliciteren, bij de ouder bij wie het kind verblijft te ontbijten, cadeaus te geven en om (op een schooldag) mee te gaan naar school om de traktatie te brengen. Ook de grootouders van beide kanten zijn overdag welkom om het jarige kind te feliciteren, een cadeau te geven en een taartje te eten (in het bijzijn van de andere ouder). Indien dit niet gewenst is, mogen de kinderen enkele uren naar de andere ouder, zodat aldaar de verjaardag van de jarige gevierd kan worden met de grootouders;
Verjaardagen grootouders: de kinderen kunnen in het weekend aanwezig zijn bij en gedurende de viering van de verjaardag van de betreffende grootouder, ook als zij in dat weekend bij de andere ouder verblijven;
Vader- en Moederdag: indien dit in een weekend valt waarin de kinderen bij de andere ouder zijn, dan gaan de kinderen vanaf zaterdagavond naar de vrouw (bij Moederdag) of naar de man (bij Vaderdag). De kinderen verblijven vervolgens tot maandagochtend aanvang school bij die ouder, waarna de reguliere regeling weer verder loopt;
Studiedagen worden opgevangen door degene bij wie de kinderen volgens de reguliere regeling aan het einde van de middag verblijven.
De overeengekomen zorg- c.q. omgangsregeling wordt inmiddels door partijen uitgevoerd. De vrouw verzoekt de bovengenoemde afspraken op te nemen in een eindbeschikking en de procedure schriftelijk af te doen. De reeds geplande mondelinge behandeling op 16 januari 2025 behoeft geen doorgang te vinden. De andersluidende verzoeken worden ingetrokken.
2.3
Namens de man is op 10 januari 2025 ingestemd met hetgeen mr. Van Ginderen in haar schrijven van 9 januari 2025 heeft geschreven.
Dictum
De rechtbank:
3.1
bepaalt – onder wijziging van de eerder bepaalde zorgregeling bij beschikking van deze rechtbank van 24 juli 2023 - dat de man en genoemde minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019;
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016;
in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar zoals opgenomen onder rechtsoverweging 2.2;
3.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025 in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.