Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-13
ECLI:NL:RBZWB:2025:2870
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
636 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1918
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid van 19 juli 2024.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
3. Het verzoek is op 19 juli 2024 ingediend. Op 5 augustus 2024 heeft het college het verzoek afgewezen. Er was daardoor op 21 maart 2025 geen procesbelang meer om een beroep tegen het niet-tijdig beslissen in te dienen. Het beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van J. Stevens, griffier, op 13 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.