Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-09
ECLI:NL:RBZWB:2025:2799
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
966 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/10663
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2025 in de zaak van
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende, ontvangen via het digitale portaal op 3 november 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Het beroep is wel ontvankelijk als uit het beroepschrift in voldoende mate blijkt welk bestuursorgaan als verweerder in de zaak moet worden betrokken en tegen welk besluit het beroep is gericht.
Heeft belanghebbende tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
4. Belanghebbende heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De rechtbank heeft belanghebbende in haar brief van 6 november 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De rechtbank heeft nogmaals in haar bericht van 12 maart 2024 verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Is voldoende duidelijk waar het beroep op ziet?
6. Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift niet vermeld om welke belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking het gaat, om welk belastingjaar of om welk belastingmiddel. Er is alleen een datum van een brief genoemd en de laatste vier cijfers van een kenmerk. De rechtbank kan daarom uit het beroepschrift niet afleiden tegen welk besluit het beroep is gericht.
Conclusie
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 9 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:974.