Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-14
ECLI:NL:RBZWB:2025:2486
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
4,322 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11443477 VV EXPL 24-74
Vonnis in kort geding van 14 januari 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. P.H. Pijpelink,
tegen
STICHTING CLAVIS,
te Terneuzen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Clavis,
gemachtigde: Van Damme c.s. gerechtsdeurwaarders.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de mondelinge behandeling van 16 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Feiten
2.1.
[eiseres] huurt een woning van Clavis.
2.2.
Bij verstekvonnis van 22 maart 2023 heeft Clavis een executoriale titel gekregen om de woning van [eiseres] te ontruimen vanwege een huurachterstand.
2.3.
Bij deurwaardersexploot van 2 december 2024 heeft Clavis de ontruiming van de woning van [eiseres] aangezegd tegen dinsdag 17 december 2024 om 13.00 uur.
2.4.
Bij beschikking van 13 december 2024 heeft de rechtbank artikel 305 Faillissementswet (Fw) van toepassing verklaard op de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en Clavis verboden over te gaan tot ontruiming van de woning van [eiseres] . Deze voorziening geldt tot en met 31 januari 2025.
2.5.
Per e-mail van 13 december 2024 heeft Clavis aan de gemachtigde van [eiseres] meegedeeld dat de ontruiming van de woning van [eiseres] is geannuleerd vanwege het uitgesproken moratorium.
Geschil
3.1.
Bij inleidende dagvaarding vorderde [eiseres] -kortgezegd- de executie van het vonnis van 23 maart 2023 te schorsen voor een periode van drie maanden nadat een daartoe strekkend vonnis is gewezen en voorts Clavis te verbieden de woning van [eiseres] te ontruimen voor de duur van de schorsingsperiode.
3.2.
De gemachtigde van [eiseres] heeft per e-mail op 13 december 2024 laten weten dat deze rechtbank bij beschikking van 13 december 2024 artikel 305 Fw van toepassing heeft verklaard op de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en Clavis heeft verboden tot ontruiming van de woning van [eiseres] over te gaan. Deze voorziening geldt tot en met 31 januari 2025. Clavis weigert om de kosten voor het onderhavige kort geding te vergoeden aan [eiseres] .
3.3.
Gelet hierop heeft [eiseres] ter zitting de hoofdvordering ingetrokken en vordert zij alleen nog bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om Clavis te veroordelen in de proceskosten.
3.4.
[eiseres] legt hieraan -kort weergegeven- ten grondslag dat Clavis op
2 december 2024 via een deurwaardersexploot aan haar heeft meegedeeld op
17 december 2024 over te gaan tot ontruiming van haar woning op grond van een verstekvonnis van 22 maart 2023. Door het tijdsverloop en het feit dat Clavis voorafgaand aan de aanzegging tot ontruiming geen overleg heeft willen voeren, is [eiseres] van mening dat Clavis misbruik heeft gemaakt van het recht en dus ook de kosten voor het kort geding moet betalen.
3.5.
Clavis betwist dat sprake is van misbruik van recht. Zij erkent dat de aanzegging ontruiming op 2 december 2024 is gedaan op grond van een verstekvonnis van 22 maart 2023. Clavis merkt daarbij op dat zij op basis van datzelfde vonnis al drie keer eerder een aanzegging ontruiming heeft gedaan. Clavis meent daarnaast dat een termijn van twee weken voldoende tijd biedt om tijdig een moratorium aan te vragen.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Op grond van vaste rechtspraak kan een eisende partij, een beslissing over de proceskosten verkrijgen door op de zitting te verschijnen en haar vorderingen te verminderen door intrekking van de hoofdvordering, zodat alleen de vordering tot veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten ter beoordeling overblijft.
4.2.
Het standpunt van [eiseres] dat Clavis misbruik heeft gemaakt van het recht wordt door de kantonrechter niet gevolgd. De vordering van [eiseres] om Clavis in de kosten van deze procedure te veroordelen wordt dus afgewezen. Hierna legt de kantonrechter uit waarom zij die beslissing neemt.
4.3.
Vaststaat dat Clavis de ontruiming van de woning heeft aangezegd op 2 december 2024. Clavis heeft dit gedaan op basis van een verstekvonnis van 22 maart 2023. Hoewel het tijdsverloop tussen de uitspraakdatum en de datum van de aanzegging ontruiming aanzienlijk is, is ter zitting gebleken dat de ontruiming van de woning al drie keer eerder is aangezegd door Clavis. Daarna werden steeds betalingsregelingen getroffen en was er contact met schuldhulpverlening. Ook voorafgaand aan deze aanzegging is door Clavis contact opgenomen met de gemeente Terneuzen. Daaruit bleek dat [eiseres] op dat moment geen beroep had gedaan op schuldhulpverlening. Verder heeft Clavis ter zitting meegedeeld dat de ontruiming wederom is aangezegd omdat [eiseres] twee maanden geen lopende huur had betaald. Dit is door [eiseres] niet betwist.
4.4.
De stelling dat Clavis [eiseres] op kosten jaagt door geen overleg te willen voeren over de ontruiming -zodat [eiseres] gedwongen werd een kort geding te starten- wordt door de kantonrechter gepasseerd. Tussen de aanzegging ontruiming op 2 december 2024 en de ontruimingsdatum van 17 december 2024 zit een termijn van twee weken. [eiseres] had direct na de aanzegging ontruiming een verzoek tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Fw kunnen doen. Uit de beschikking van 13 december 2024 blijkt dat [eiseres] dit verzoek pas op 13 december 2024 heeft gedaan. Dit kan niet aan Clavis worden tegengeworpen en komt voor risico van [eiseres] . Daar komt bij dat [eiseres] ook na deze uitspraak nog had kunnen overgaan tot het intrekken van het kort geding zodat er in elk geval geen griffierechten verschuldigd waren geweest. Clavis heeft [eiseres] ook in overweging gegeven het kort geding alsnog in te trekken maar [eiseres] is daartoe niet overgegaan. Uit het feit dat [eiseres] aan Clavis heeft meegedeeld dat zij op 23 december 2024 een substantieel bedrag (de helft) aan huurachterstand zou kunnen betalen, kan niet de conclusie worden getrokken dat Clavis de aangezegde ontruiming op 17 december 2024 had moeten annuleren dan wel wederom in overleg had moeten treden met [eiseres] . Nog daargelaten of het betalen van de helft van de huurachterstand een substantieel bedrag is, is het door Clavis ingenomen standpunt -gelet op de feiten en omstandigheden- niet onredelijk.
4.5.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij ambtshalve worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Clavis worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
678,00
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering van [eiseres] af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, waarvan € 678,00, te betalen aan Clavis binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Borm en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11443477 VV EXPL 24-74
Vonnis in kort geding van 14 januari 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. P.H. Pijpelink,
tegen
STICHTING CLAVIS,
te Terneuzen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Clavis,
gemachtigde: Van Damme c.s. gerechtsdeurwaarders.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de mondelinge behandeling van 16 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Feiten
2.1.
[eiseres] huurt een woning van Clavis.
2.2.
Bij verstekvonnis van 22 maart 2023 heeft Clavis een executoriale titel gekregen om de woning van [eiseres] te ontruimen vanwege een huurachterstand.
2.3.
Bij deurwaardersexploot van 2 december 2024 heeft Clavis de ontruiming van de woning van [eiseres] aangezegd tegen dinsdag 17 december 2024 om 13.00 uur.
2.4.
Bij beschikking van 13 december 2024 heeft de rechtbank artikel 305 Faillissementswet (Fw) van toepassing verklaard op de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en Clavis verboden over te gaan tot ontruiming van de woning van [eiseres] . Deze voorziening geldt tot en met 31 januari 2025.
2.5.
Per e-mail van 13 december 2024 heeft Clavis aan de gemachtigde van [eiseres] meegedeeld dat de ontruiming van de woning van [eiseres] is geannuleerd vanwege het uitgesproken moratorium.
Geschil
3.1.
Bij inleidende dagvaarding vorderde [eiseres] -kortgezegd- de executie van het vonnis van 23 maart 2023 te schorsen voor een periode van drie maanden nadat een daartoe strekkend vonnis is gewezen en voorts Clavis te verbieden de woning van [eiseres] te ontruimen voor de duur van de schorsingsperiode.
3.2.
De gemachtigde van [eiseres] heeft per e-mail op 13 december 2024 laten weten dat deze rechtbank bij beschikking van 13 december 2024 artikel 305 Fw van toepassing heeft verklaard op de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en Clavis heeft verboden tot ontruiming van de woning van [eiseres] over te gaan. Deze voorziening geldt tot en met 31 januari 2025. Clavis weigert om de kosten voor het onderhavige kort geding te vergoeden aan [eiseres] .
3.3.
Gelet hierop heeft [eiseres] ter zitting de hoofdvordering ingetrokken en vordert zij alleen nog bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om Clavis te veroordelen in de proceskosten.
3.4.
[eiseres] legt hieraan -kort weergegeven- ten grondslag dat Clavis op
2 december 2024 via een deurwaardersexploot aan haar heeft meegedeeld op
17 december 2024 over te gaan tot ontruiming van haar woning op grond van een verstekvonnis van 22 maart 2023. Door het tijdsverloop en het feit dat Clavis voorafgaand aan de aanzegging tot ontruiming geen overleg heeft willen voeren, is [eiseres] van mening dat Clavis misbruik heeft gemaakt van het recht en dus ook de kosten voor het kort geding moet betalen.
3.5.
Clavis betwist dat sprake is van misbruik van recht. Zij erkent dat de aanzegging ontruiming op 2 december 2024 is gedaan op grond van een verstekvonnis van 22 maart 2023. Clavis merkt daarbij op dat zij op basis van datzelfde vonnis al drie keer eerder een aanzegging ontruiming heeft gedaan. Clavis meent daarnaast dat een termijn van twee weken voldoende tijd biedt om tijdig een moratorium aan te vragen.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Op grond van vaste rechtspraak kan een eisende partij, een beslissing over de proceskosten verkrijgen door op de zitting te verschijnen en haar vorderingen te verminderen door intrekking van de hoofdvordering, zodat alleen de vordering tot veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten ter beoordeling overblijft.
4.2.
Het standpunt van [eiseres] dat Clavis misbruik heeft gemaakt van het recht wordt door de kantonrechter niet gevolgd. De vordering van [eiseres] om Clavis in de kosten van deze procedure te veroordelen wordt dus afgewezen. Hierna legt de kantonrechter uit waarom zij die beslissing neemt.
4.3.
Vaststaat dat Clavis de ontruiming van de woning heeft aangezegd op 2 december 2024. Clavis heeft dit gedaan op basis van een verstekvonnis van 22 maart 2023. Hoewel het tijdsverloop tussen de uitspraakdatum en de datum van de aanzegging ontruiming aanzienlijk is, is ter zitting gebleken dat de ontruiming van de woning al drie keer eerder is aangezegd door Clavis. Daarna werden steeds betalingsregelingen getroffen en was er contact met schuldhulpverlening. Ook voorafgaand aan deze aanzegging is door Clavis contact opgenomen met de gemeente Terneuzen. Daaruit bleek dat [eiseres] op dat moment geen beroep had gedaan op schuldhulpverlening. Verder heeft Clavis ter zitting meegedeeld dat de ontruiming wederom is aangezegd omdat [eiseres] twee maanden geen lopende huur had betaald. Dit is door [eiseres] niet betwist.
4.4.
De stelling dat Clavis [eiseres] op kosten jaagt door geen overleg te willen voeren over de ontruiming -zodat [eiseres] gedwongen werd een kort geding te starten- wordt door de kantonrechter gepasseerd. Tussen de aanzegging ontruiming op 2 december 2024 en de ontruimingsdatum van 17 december 2024 zit een termijn van twee weken. [eiseres] had direct na de aanzegging ontruiming een verzoek tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Fw kunnen doen. Uit de beschikking van 13 december 2024 blijkt dat [eiseres] dit verzoek pas op 13 december 2024 heeft gedaan. Dit kan niet aan Clavis worden tegengeworpen en komt voor risico van [eiseres] . Daar komt bij dat [eiseres] ook na deze uitspraak nog had kunnen overgaan tot het intrekken van het kort geding zodat er in elk geval geen griffierechten verschuldigd waren geweest. Clavis heeft [eiseres] ook in overweging gegeven het kort geding alsnog in te trekken maar [eiseres] is daartoe niet overgegaan. Uit het feit dat [eiseres] aan Clavis heeft meegedeeld dat zij op 23 december 2024 een substantieel bedrag (de helft) aan huurachterstand zou kunnen betalen, kan niet de conclusie worden getrokken dat Clavis de aangezegde ontruiming op 17 december 2024 had moeten annuleren dan wel wederom in overleg had moeten treden met [eiseres] . Nog daargelaten of het betalen van de helft van de huurachterstand een substantieel bedrag is, is het door Clavis ingenomen standpunt -gelet op de feiten en omstandigheden- niet onredelijk.
4.5.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij ambtshalve worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Clavis worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
678,00
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering van [eiseres] af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, waarvan € 678,00, te betalen aan Clavis binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Borm en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025.