Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-24
ECLI:NL:RBZWB:2025:2436
Strafrecht
Op tegenspraak
9,048 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummers: 02-090796-23 en 10-681084-17 (tul)
vonnis van de meervoudige kamer van 24 april 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats]
raadsman mr. L.R. Waaijer, advocaat te Breukelen.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 april 2025, waarbij de officier van justitie mr. L.J. den Braber en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging met bovenvermeld parketnummer behandeld.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte kinderporno heeft verspreid, heeft aangeboden, heeft verworven of in zijn bezit heeft gehad, terwijl hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de bewezenverklaarde pleegperiode pas aanvangt op 7 juni 2020.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het tenlastegelegde, omdat verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. Wat de ten laste gelegde periode betreft, is aangevoerd dat deze onvoldoende concreet is. Pas vanaf de in het dossier genoemde datum van 9 december 2021 wordt het voldoende concreet. Daarom dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van de in de tenlastelegging genoemde start van de periode tot 9 december 2021. Voorts is aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van het misdrijf, nu de feiten moeten worden gezien als een terugval van verdachte in zijn delictgedrag. Dit gebeurde alleen op de momenten dat hij tijdens het chatten met afbeeldingen werd geconfronteerd en daarvan opgewonden raakte.
4.3
Beoordeling
4.3.1
De bewijsmiddelen
Aangezien verdachte ten aanzien van het verwerven en het in bezit hebben van afbeeldingen van kinderporno en gegevensdragers met daarop kinderporno een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht het tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 18 december 2023 en tijdens de zitting van 10 april 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking ter inbeslagneming (pagina 94 van het eind proces-verbaal);
- de kennisgeving van inbeslagneming (pagina 145 van het eind proces-verbaal);
- het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal (pagina 117 van het eind proces-verbaal).
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Ten aanzien van de tenlastegelegde periode is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat verdachte, in verband met zijn detentie, pas vanaf 7 juni 2020 in de gelegenheid is geweest om kinderpornografische beelden te verwerven en voorhanden te hebben. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de bewezenverklaarde periode aanvangt op 7 juni 2020. Dat de datum van aanvang, zoals de verdediging heeft aangevoerd, pas in december 2021 zou liggen verwerpt de rechtbank, omdat van een deel van de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen de ‘aanmaakdatum’ en ‘datum laatst benaderd’ bekend zijn en deze data voor december 2021 liggen. Het vaststellen van de periode op grond van die gegevens is voldoende betrouwbaar.
Betreffende het tenlastegelegde ‘gewoonte maken’ is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de hoeveelheid kinderporno, de duur van de periode waarin verdachte deze verzameling heeft aangelegd en het feit dat verdachte na zijn detentie stug is doorgegaan met het verzamelen van kinderporno, bewezen is dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven en in bezit hebben van kinderporno.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 7 juni 2020 tot en met 28 december 2022 in Nederland afbeeldingen, te weten foto's en video's/films, en gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (iPhone 6) en een USB-stick, bevattende een afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en in bezit gehad en zich daartoe met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de/een penis en een vinger oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereiktenhet met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereiktenhet vaginaal penetreren met een voorwerp (tandenborstel) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelfenhet met de penis aanraken van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijdvan 18 jaar nog niet had bereiktenhet aanraken van het geslachtsdeel door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog had bereikt bij zichzelf met een handen het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkelingen het spuiten van en zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten het houden van een stijve penis dichtbij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6De strafoplegging
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte inzicht heeft getoond, maar dat dat inzicht, na eerdere waarschuwingen, te laat is gekomen. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte na de doorzoeking van zijn woning in deze zaak zelf hulp heeft gezocht en dat hij wederom een behandeling heeft doorlopen bij [ggz] (ambulante forensische geestelijke gezondheidszorg).
De verdediging acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend en/of geboden. omdat verdachte dan zijn woning, zijn structurele dagbesteding, zijn uitkering en zijn offline netwerk zal verliezen. Dit ziet de reclassering juist als beschermende factoren. Daarbij ziet de reclassering meer in een langlopend toezicht. Daarom is verzocht om aan verdachte, naast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel de maximale taakstraf op te leggen.
6.3
Beoordeling
Op gegevensdragers van de verdachte is een groot aantal afbeeldingen en video’s aangetroffen dat volgens gespecialiseerd personeel van de politie dient te worden gekwalificeerd als kinderporno. Van die afbeeldingen en video’s is een representatief deel specifiek in de tenlastelegging opgenomen en bewezen verklaard. De rechtbank betrekt bij het bepalen van de straf dat bij verdachte op twee gegevensdragers 46 foto’s en 4 video’s werden aangetroffen die voldoen aan de criteria voor kinderpornografisch materiaal.
Een gewoonte maken van het bezit van kinderporno is naar het oordeel van de rechtbank een ernstig strafbaar feit, met name omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. De verdachte is mede verantwoordelijk te houden voor dat misbruik, omdat hij door kinderporno te verzamelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Bijkomend, voor slachtoffers onaanvaardbaar gevolg van het steeds weer rondgaan van bestaande afbeeldingen, is dat die afbeeldingen van hun misbruik tot in lengte van dagen worden bekeken. Voor een effectieve bestrijding van de vervaardiging van dit soort porno is het noodzakelijk niet alleen degenen aan te pakken die het vervaardigen, maar ook degenen die het verzamelen. Gelet op de ernst van de feiten en het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een vrijheidsbeneming.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank ook aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het LOVS. Voor het gewoonte maken van het bezit van kinderporno wordt 12 maanden gevangenisstraf als uitgangspunt vermeld. De rechtbank dient bij het bepalen van de hoogte van de straf ook rekening te houden met het strafblad van verdachte. Daaruit komt naar voren dat verdachte op 4 juni 2019 door het Gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor het verspreiden van kinderporno tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en dat de thans bewezenverklaarde feiten deels gedurende de door het Gerechtshof bepaalde proeftijd zijn gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat daarom niet kan worden volstaan met het opleggen aan verdachte van enkel eerdergenoemde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank nog een fors voorwaardelijke deel van 6 maanden passend en geboden, mede ook om de door de reclassering geadviseerde voorwaarden aan verdachte op te leggen.
De rechtbank zal deze straf dan ook aan de verdachte opleggen. Daarbij heeft zij in ogenschouw genomen dat dit voor de verdachte grote gevolgen zal hebben. Verdachte heeft dit echter aan zichzelf te wijten. Door de eerdere veroordeling en ondergane detentie voor het bezit van kinderporno was verdachte een gewaarschuwd mens.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
7De vordering tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 6 maanden die aan verdachte is opgelegd bij arrest van het Gerechtshof te Den Haag van 4 juni 2019 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.
8De wettelijke voorschriften
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben en
gegevensdragers, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben,
terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
verdachte meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij de Reclassering Nederland op het adres Langendijk 34 te Breda, na het maken van een telefonische afspraak via 088-8041505. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
verdachte vermijdt zoveel mogelijk contacten met minderjarigen. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat andere volwassenen hierbij aanwezig zijn;
verdachte zal zich gedurende de gehele proeftijd op welke wijze dan ook onthouden van:a) het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen;b) gedragingen die zijn gericht op deelname aan internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;
c) gedragingen die zijn gericht op deelname aan internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
d) het aanwezig hebben of gebruiken van wisprogramma’s op zijn/haar digitale apparatuur;
Het toezicht op de voorwaarden kan onder andere bestaan uit
controles van geautomatiseerde werken (zoals computers en telecommunicatievoorzieningen) en digitale gegevensdragers (zoals usb-sticks en geheugenkaarten), toebehorende aan of in gebruik bij verdachte. Deze controles vinden op de volgende wijze plaats:* de controle van de onder b) en c) gestelde voorwaarden mag slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van digitale bestanden (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan);* een specialist (niet zijnde een opsporingsambtenaar) mag de reclassering technische ondersteuning bieden ten behoeve van het uitvoeren van de controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers. De aanwezigheid van een opsporingsambtenaar tijdens de controle is toegestaan zolang deze niet de controle uitvoert;* de controles mogen gedurende de proeftijd van drie jaren maximaal drie keer worden uitgevoerd;
dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij arrest van het Gerechtshof Den Haag van
4 juni 2019 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10-681084-17 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 6 maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Marsé, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 april 2025.
De voorzitter en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummers: 02-090796-23 en 10-681084-17 (tul)
vonnis van de meervoudige kamer van 24 april 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats]
raadsman mr. L.R. Waaijer, advocaat te Breukelen.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 april 2025, waarbij de officier van justitie mr. L.J. den Braber en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging met bovenvermeld parketnummer behandeld.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte kinderporno heeft verspreid, heeft aangeboden, heeft verworven of in zijn bezit heeft gehad, terwijl hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de bewezenverklaarde pleegperiode pas aanvangt op 7 juni 2020.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het tenlastegelegde, omdat verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. Wat de ten laste gelegde periode betreft, is aangevoerd dat deze onvoldoende concreet is. Pas vanaf de in het dossier genoemde datum van 9 december 2021 wordt het voldoende concreet. Daarom dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van de in de tenlastelegging genoemde start van de periode tot 9 december 2021. Voorts is aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van het misdrijf, nu de feiten moeten worden gezien als een terugval van verdachte in zijn delictgedrag. Dit gebeurde alleen op de momenten dat hij tijdens het chatten met afbeeldingen werd geconfronteerd en daarvan opgewonden raakte.
4.3
Beoordeling
4.3.1
De bewijsmiddelen
Aangezien verdachte ten aanzien van het verwerven en het in bezit hebben van afbeeldingen van kinderporno en gegevensdragers met daarop kinderporno een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht het tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 18 december 2023 en tijdens de zitting van 10 april 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking ter inbeslagneming (pagina 94 van het eind proces-verbaal);
- de kennisgeving van inbeslagneming (pagina 145 van het eind proces-verbaal);
- het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal (pagina 117 van het eind proces-verbaal).
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Ten aanzien van de tenlastegelegde periode is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat verdachte, in verband met zijn detentie, pas vanaf 7 juni 2020 in de gelegenheid is geweest om kinderpornografische beelden te verwerven en voorhanden te hebben. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de bewezenverklaarde periode aanvangt op 7 juni 2020. Dat de datum van aanvang, zoals de verdediging heeft aangevoerd, pas in december 2021 zou liggen verwerpt de rechtbank, omdat van een deel van de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen de ‘aanmaakdatum’ en ‘datum laatst benaderd’ bekend zijn en deze data voor december 2021 liggen. Het vaststellen van de periode op grond van die gegevens is voldoende betrouwbaar.
Betreffende het tenlastegelegde ‘gewoonte maken’ is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de hoeveelheid kinderporno, de duur van de periode waarin verdachte deze verzameling heeft aangelegd en het feit dat verdachte na zijn detentie stug is doorgegaan met het verzamelen van kinderporno, bewezen is dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven en in bezit hebben van kinderporno.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 7 juni 2020 tot en met 28 december 2022 in Nederland afbeeldingen, te weten foto's en video's/films, en gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (iPhone 6) en een USB-stick, bevattende een afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en in bezit gehad en zich daartoe met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het met de/een penis en een vinger oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereiktenhet met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereiktenhet vaginaal penetreren met een voorwerp (tandenborstel) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelfenhet met de penis aanraken van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijdvan 18 jaar nog niet had bereiktenhet aanraken van het geslachtsdeel door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog had bereikt bij zichzelf met een handen het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkelingen het spuiten van en zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten het houden van een stijve penis dichtbij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikten hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6De strafoplegging
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte inzicht heeft getoond, maar dat dat inzicht, na eerdere waarschuwingen, te laat is gekomen. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte na de doorzoeking van zijn woning in deze zaak zelf hulp heeft gezocht en dat hij wederom een behandeling heeft doorlopen bij [ggz] (ambulante forensische geestelijke gezondheidszorg).
De verdediging acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend en/of geboden. omdat verdachte dan zijn woning, zijn structurele dagbesteding, zijn uitkering en zijn offline netwerk zal verliezen. Dit ziet de reclassering juist als beschermende factoren. Daarbij ziet de reclassering meer in een langlopend toezicht. Daarom is verzocht om aan verdachte, naast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel de maximale taakstraf op te leggen.
6.3
Beoordeling
Op gegevensdragers van de verdachte is een groot aantal afbeeldingen en video’s aangetroffen dat volgens gespecialiseerd personeel van de politie dient te worden gekwalificeerd als kinderporno. Van die afbeeldingen en video’s is een representatief deel specifiek in de tenlastelegging opgenomen en bewezen verklaard. De rechtbank betrekt bij het bepalen van de straf dat bij verdachte op twee gegevensdragers 46 foto’s en 4 video’s werden aangetroffen die voldoen aan de criteria voor kinderpornografisch materiaal.
Een gewoonte maken van het bezit van kinderporno is naar het oordeel van de rechtbank een ernstig strafbaar feit, met name omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. De verdachte is mede verantwoordelijk te houden voor dat misbruik, omdat hij door kinderporno te verzamelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Bijkomend, voor slachtoffers onaanvaardbaar gevolg van het steeds weer rondgaan van bestaande afbeeldingen, is dat die afbeeldingen van hun misbruik tot in lengte van dagen worden bekeken. Voor een effectieve bestrijding van de vervaardiging van dit soort porno is het noodzakelijk niet alleen degenen aan te pakken die het vervaardigen, maar ook degenen die het verzamelen. Gelet op de ernst van de feiten en het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een vrijheidsbeneming.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank ook aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het LOVS. Voor het gewoonte maken van het bezit van kinderporno wordt 12 maanden gevangenisstraf als uitgangspunt vermeld. De rechtbank dient bij het bepalen van de hoogte van de straf ook rekening te houden met het strafblad van verdachte. Daaruit komt naar voren dat verdachte op 4 juni 2019 door het Gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor het verspreiden van kinderporno tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en dat de thans bewezenverklaarde feiten deels gedurende de door het Gerechtshof bepaalde proeftijd zijn gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat daarom niet kan worden volstaan met het opleggen aan verdachte van enkel eerdergenoemde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank nog een fors voorwaardelijke deel van 6 maanden passend en geboden, mede ook om de door de reclassering geadviseerde voorwaarden aan verdachte op te leggen.
De rechtbank zal deze straf dan ook aan de verdachte opleggen. Daarbij heeft zij in ogenschouw genomen dat dit voor de verdachte grote gevolgen zal hebben. Verdachte heeft dit echter aan zichzelf te wijten. Door de eerdere veroordeling en ondergane detentie voor het bezit van kinderporno was verdachte een gewaarschuwd mens.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
7De vordering tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 6 maanden die aan verdachte is opgelegd bij arrest van het Gerechtshof te Den Haag van 4 juni 2019 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.
8De wettelijke voorschriften
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben en
gegevensdragers, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben,
terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
verdachte meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij de Reclassering Nederland op het adres Langendijk 34 te Breda, na het maken van een telefonische afspraak via 088-8041505. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
verdachte vermijdt zoveel mogelijk contacten met minderjarigen. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat andere volwassenen hierbij aanwezig zijn;
verdachte zal zich gedurende de gehele proeftijd op welke wijze dan ook onthouden van:a) het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen;b) gedragingen die zijn gericht op deelname aan internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;
c) gedragingen die zijn gericht op deelname aan internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
d) het aanwezig hebben of gebruiken van wisprogramma’s op zijn/haar digitale apparatuur;
Het toezicht op de voorwaarden kan onder andere bestaan uit
controles van geautomatiseerde werken (zoals computers en telecommunicatievoorzieningen) en digitale gegevensdragers (zoals usb-sticks en geheugenkaarten), toebehorende aan of in gebruik bij verdachte. Deze controles vinden op de volgende wijze plaats:* de controle van de onder b) en c) gestelde voorwaarden mag slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van digitale bestanden (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan);* een specialist (niet zijnde een opsporingsambtenaar) mag de reclassering technische ondersteuning bieden ten behoeve van het uitvoeren van de controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers. De aanwezigheid van een opsporingsambtenaar tijdens de controle is toegestaan zolang deze niet de controle uitvoert;* de controles mogen gedurende de proeftijd van drie jaren maximaal drie keer worden uitgevoerd;
dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij arrest van het Gerechtshof Den Haag van
4 juni 2019 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10-681084-17 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 6 maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Marsé, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 april 2025.
De voorzitter en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.