Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-09
ECLI:NL:RBZWB:2025:225
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,207 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/430167 / FA RK 24-6043
Datum uitspraak: 9 januari 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. H.M.Th. de Pont te Tilburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 december 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari 2025. Daarbij zijn gehoord:
de advocaat van betrokkene, mr. H.M.Th. de Pont;
mevrouw [naam 1] , psychiater;
de heer [naam 2] , casemanager.
1.3.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was met de rechter te praten. Volgens zijn advocaat is betrokkene van mening dat het onderzoek waarop de medische verklaring is gebaseerd niet aan de wettelijke vereisten voldoet, omdat betrokkene niet fysiek is onderzocht.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 26 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.
4De standpunten
4.1.
De advocaat van betrokkene bepleit dat er geen geldige medische verklaring ten grondslag ligt aan het verzoek. De psychiater heeft blijkens de medische verklaring onvoldoende inspanningen geleverd om betrokkene in persoon te onderzoeken. Er is een discussie geweest over de identiteit van de onderzoeker bij aanvang van het gesprek. Betrokkene verzocht de psychiater om een bewijs van registratie/legitimatie. De psychiater kon niet bewijzen dat zij een big geregistreerde psychiater was. Betrokkene is hierna weggelopen. Vervolgens heeft de psychiater een verklaring opgesteld op basis van stukken uit het dossier Onvoldoende blijkt uit het dossier dat het onmogelijk was om betrokkene fysiek te onderzoeken. De medische verklaring is gedateerd op 12 december 202, daarna was er nog voldoende tijd geweest om een nieuwe poging te doen om betrokkene te onderzoeken.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De opgestelde medische verklaring voldoet niet aan de wettelijke vereisten, nu betrokkene niet in persoon is onderzocht. De onderzoeker dient betrokkene persoonlijk te onderzoeken, en moet hem dus in diens fysieke aanwezigheid spreken en observeren. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. De onderzoeker heeft naar mening van de rechtbank onvoldoende inspanningen geleverd, althans dit onvoldoende verantwoord.
5.2.
Gelet op het voorgaande kan er geen zorgmachtiging worden toegewezen, nu niet is voldaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor de medische verklaring.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier, en op schrift gesteld op 17 januari 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509, r.o. 3.1.3-3.1.4.
25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1546, r.o. 3.1.2.