Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:218
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
847 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 23/11305 en 23/11306
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
en
de invorderingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de invorderingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende waarin hij verzoekt om kwijtschelding van twee aanslagen. Hij geeft aan dat het beroep ziet op een brief van 25 februari 2023 met kenmerk [kenmerk].
1.1.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend omdat hij het niet eens is met de afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding. Belanghebbende is van mening dat hij wel in aanmerking zou moeten komen voor het kwijtschelden van de aanslagen.
3. Bij bericht van 13 december 2023 heeft de rechtbank belanghebbende medegedeeld dat de (fiscale) bestuursrechter niet bevoegd is een inhoudelijk beoordeling te geven over een verzoek om kwijtschelding. Belanghebbende is verzocht het beroep in te trekken of als het beroep wel is gericht tegen een besluit waarover de (fiscale) bestuursrechter bevoegd is te oordelen hier een afschrift van te overleggen. Dit is herhaald bij bericht van 13 maart 2024. Belanghebbende heeft hierop niet gereageerd.
4. De (fiscale) bestuursrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de invorderingsambtenaar op grond van de Invorderingswet 19901. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. Beslissingen over kwijtschelding vallen niet onder een van de uitzonderingen. Dit betekent dat de rechtbank onbevoegd is de zaak te behandelen.
5. In het bericht van 13 december 2023 heeft de rechtbank uitgelegd welke mogelijkheden belanghebbende heeft. Eerst neemt de invorderingsambtenaar een beslissing op het verzoek om kwijtschelding. Daartegen is administratief beroep mogelijk bij het dagelijks bestuur van de belastingsamenwerking. Rechtsmiddelen tegen beslissingen van het dagelijks bestuur betreffende kwijtschelding kunnen worden aangewend bij de civiele rechter.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 17 januari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.