Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-21
ECLI:NL:RBZWB:2025:2123
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
993 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11029481 \ MB VERZ 24-240
CJIB-nummer : 8062 5422 5441 2859
uitspraakdatum : 21 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is op de Lange Delft te Middelburg op 5 december 2022 om 15:46 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Althans dat hij de gedraging niet heeft verricht. De persoon die gereden heeft, heeft zich niet gelegitimeerd en betrokkene was bovendien ten tijde van de gedraging aanwezig in een bestuursvergadering in het [ziekenhuis]. Hij kan de gedraging hierdoor niet hebben verricht.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft diverse stukken aan zijn beroepschrift toegevoegd waaruit blijkt dat betrokkene aanwezig was bij een bestuursvergadering in het [ziekenhuis]. De identiteit van de bestuurder is vastgesteld doormiddel van controlevragen. Betrokkene ontkent de gedraging consistent. Gelet op het voorgaande is er aanleiding om te twijfelen aan de vaststelling van de gedraging en verzoekt de zittingsvertegenwoordiger betrokkene het voordeel van de twijfel te geven.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat er niet is bekeurd op kenteken maar doormiddel van staandehouding. Bij staandehouding is de identiteit van de bestuurder vastgesteld middels controlevragen. Mede gelet op het feit dat betrokkene de gedraging consistent ontkent, bestaat er aanleiding om te twijfelen aan de vaststelling van de identiteit. Betrokkene heeft deze stelling voldoende aannemelijk gemaakt middels bewijsstukken zoals de notulen van een bestuursvergadering waar betrokkene ten tijde van de gedraging bij aanwezig was. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 69,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: