Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-28
ECLI:NL:RBZWB:2025:2042
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
1,132 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1642
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 maart 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. G.J.P.M. Mooren),
en
de burgemeester van de gemeente Tilburg, de burgemeester.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [verhuurster] uit [plaats] (de verhuurster).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het bestreden besluit van de burgemeester van 6 februari 2025 over de sluiting van het pand aan [adres] voor de duur van vier maanden. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij is huurder van het pand.
1.1.
De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en namens de burgemeester [naam], mr. A.M.P. van Alphen en mr. F.M. Pecht. De verhuurster heeft zich afgemeld voor de zitting.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.
3. Verzoeker heeft gesteld dat sprake is van spoedeisend belang. Verzoeker houdt twee serval katten in het pand. Er is weliswaar een tijdelijk onderkomen voor de katten gevonden, maar dat is niet ideaal. Ze hebben hun hele leven verbleven in het pand, waardoor ze gewend zijn aan die omgeving. Ze verblijven nu in een minder geschikte ruimte die veel kleiner is. Daarnaast gebruikt verzoeker het pand privé voor opslag en verkoop van goederen. Hij is daarnaast momenteel in een ver gevorderd stadium met [B.V.] om samen te werken en daarbij zou het pand worden gebruikt. Dit is stopgezet wegens de sluiting. De sluiting heeft grote financiële gevolgen voor verzoeker. Ten slotte is er spoedeisend belang gelegen in de zichtbaarheid van de sluiting. Het pand is zichtbaar gebrandmerkt als drugspand.
4. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, omdat er geen spoedeisend belang is bij een inhoudelijk oordeel over het verzoek. Wat verzoeker heeft aangevoerd over de opvang van de serval katten, levert geen spoedeisend belang op. De dieren zijn feitelijk ergens anders ondergebracht. Met die kennis kan het houden van de serval katten in het pand geen spoedeisend belang meer opleveren. Kennelijk was het mogelijk om tijdig alternatieve huisvesting te vinden. Verder wordt geen spoedeisend belang aangenomen in de gestelde financiële belangen van verzoeker. Hij heeft niet onderbouwd waarom de sluiting grote financiële gevolgen voor hem heeft. In het pand vindt geen actuele bedrijfsvoering plaats. Daarnaast is de eventuele toekomstige bedrijfsvoering, al dan niet met [B.V.], onvoldoende concreet en verifieerbaar. Ten slotte is geen spoedeisend belang gelegen in de zichtbaarheid van de sluiting. Dit is naar zijn aard één van de doelen van een sluiting van een pand op grond van de Opiumwet.
5. Omdat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, krijgt verzoeker ook het griffierecht en zijn proceskosten niet vergoed. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2025 door mr. S. Hindriks, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.