Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:2034
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
919 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/3197
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Oosterhout, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 457.00 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Oosterhout voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag).
1.1.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 3 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft belanghebbende deelgenomen, bijgestaan door [naam 1]. Namens de heffingsambtenaar hebben [naam 2] en [naam 3] deelgenomen.
1.3.
Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank direct mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt. Daarbij is gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.
Overwegingen
2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de waarde van de woning naar de peildatum € 430.000 is en dat de aanslag overeenkomstig moet worden verminderd. De rechtbank heeft geen reden gezien om partijen hierin niet te volgen.
2.1.
Het beroep is gegrond verklaard. De rechtbank heeft bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden en heeft de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende naar een bedrag van € 14,56.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
vermindert de vastgestelde waarde naar € 430.000;
vermindert de aanslag overeenkomstig de vastgestelde waarde;
bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 14,56 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 april 2025 door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van mr. F.A.J.M. Wouters, griffier en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.