Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2025:1833
Strafrecht
Op tegenspraak
1,507 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-390653-24
vonnis van de meervoudige kamer van 1 april 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Grave
raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 maart 2025. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie
mr. F. van Peski en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Onderhavige strafzaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen verdachte onder parketnummer 02-406834-24.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 9 december 2024 opzettelijk een drietal personenauto’s heeft beschadigd.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk de twee personenauto’s met de kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] heeft beschadigd. Zij baseert zich daarbij op de aangiftes van de eigenaren van die auto’s en de verklaring van [getuige] die zag hoe een man op een fiets tegen een auto trapte en verderop tegen de spiegel van een andere auto trapte.
De ten laste gelegde beschadiging van de personenauto met [kenteken 3] acht de officier van justitie niet bewezen nu uit de aanvullende verklaring van de aangever blijkt dat die auto, nadat deze na het incident op 9 december 2024 een wasbeurt had gehad, geen schade meer vertoonde.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de drie ten laste gelegde vernielingen c.q. beschadigingen van een auto. De raadsman is van mening dat [getuige] de man die zij volgde, nadat zij had gezien dat deze man tegen auto’s trapte, niet voortdurend in het oog heeft gehouden. Waarom zij vervolgens in de [supermarkt] dacht dat die man de dader was wordt uit het dossier niet duidelijk.
4.3
Beoordeling
De rechtbank gaat op basis van het procesdossier uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Op 9 december 2024 is een man door de [straat 1] te Tilburg gefietst. Al fietsend heeft hij tegen de spiegels van een aantal aldaar geparkeerde auto’s getrapt. Een buurtbewoonster, [getuige] , gealarmeerd door het lawaai, heeft met haar telefoon op film vastgelegd hoe de man een trappende beweging maakt naar een auto en verder de straat uitrijdt. [getuige] is toen in haar auto gestapt en de man achterna gereden. Bij de [supermarkt] aan de [straat 2] ziet zij dan een fiets staan, die zij herkend als de fiets van de man. Zij gaat de [supermarkt] binnen en ziet een man bij de kassa, die zij herkend als de man die tegen de auto’s heeft getrapt. Nadat ze de man heeft aangesproken op het vernielen van de spiegels, ontkent deze dat gedaan te hebben en verlaat hij de winkel. Vervolgens ziet ze de man weer in een brandgang bij de [straat 1] , waar ze hem met hulp van andere buurtbewoners weet vast te houden totdat de politie ter plaatse komt en hem aanhoudt.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de man die de beschadigingen heeft gepleegd dezelfde is als verdachte, de man die is aangehouden in de brandgang.
De rechtbank is van oordeel dat het onduidelijk is of [getuige] de man die zij heeft gefilmd voortdurend in het zicht heeft gehouden. Dit is niet af te leiden uit haar getuigenverklaring. Bovendien geeft [getuige] in haar verklaring geen onderscheidende kenmerken weer waaraan zij de man of zijn fiets bij de [supermarkt] zou hebben herkend. Dit maakt dat de rechtbank op basis van het procesdossier niet buiten redelijke twijfel kan vaststellen dat verdachte de man is geweest die op 9 december 2024 door de [straat 1] heeft gefietst en auto’s heeft beschadigd. De rechtbank zal verdachte daarom dan ook van alle feiten vrijspreken.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, mr. T.M.Brouwer en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van E.A.J. de Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 april 2025.
6Bijlage I
De tenlastelegging
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 9 december 2024 te Tilburg, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk- een personenauto (Opel Meriva met [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) en/of- een personenauto (Nissan Juke met [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) en/of- een personenauto (Opel Astra met [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n),heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )