Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:1677
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,619 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/415120 / FA RK 23-4930
datum uitspraak: 17 februari 2024
beschikking over zorgregeling
in de zaak van
[de man]
,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. L.A.E. Bregonje-Voermans in Terneuzen,
tegen
[de vrouw],
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. M.V. de Nooijer in Middelburg,
over de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2019, hierna: [minderjarige 1],
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020, hierna: [minderjarige 2].
De rechtbank merkt als informant aan:
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
gevestigd te Middelburg,
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1Het procesverloop
1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 20 oktober 2023 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 januari 2024;
- het e-mailbericht van de GI d.d. 4 juli 2024, met bijlage;
- het F9-formulier d.d. 20 augustus 2024 van mr. de Nooijer;
- het F9-formulier d.d. 8 januari 2025 van mr. Bregonje-Voermans;
- het F9-formulier d.d. 23 januari 2025 van mr. Bregonje-Voermans, bijlage;
- het F9-formulier d.d. 24 januari 2025 van mr. de Nooijer, met bijlage;
- het e-mailbericht d.d. 24 januari 2025 van de GI.
1.2
Partijen hebben bij berichten van respectievelijk 23 en 24 januari 2025 aangegeven dat zij overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling. Zij hebben daarbij aangegeven dat de geplande mondelinge behandeling van 28 januari 2025 geen doorgang hoeft te vinden. Zij hebben verzocht de zaak schriftelijk af te doen. De GI heeft de rechtbank bericht akkoord te kunnen gaan met het niet door laten gaan van de zitting.
Feiten
2.1
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.
2.2
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de man.
2.3
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.4
Bij beschikking van 30 januari 2024 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van één jaar. Deze maatregel is bij beschikking van 28 januari 2025 verlengd voor de duur van één jaar, aldus tot 30 januari 2026.
3Het verzoek
3.1
De man verzoekt, nu, te bepalen dat als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgelegd dat de kinderen van partijen wekelijks op donderdag vanaf 14:30 uur tot vrijdag 18:00 uur bij de vrouw zullen verblijven alsmede elke zondag van 11:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de regie over de uitbreiding van deze regeling alsmede over de verdeling van de vakanties en feestdagen bij de GI komt te liggen. De man heeft alle overige verzoeken ingetrokken.
Beoordeling
4.1.
Bij de bij F9-formulier d.d. 23 januari 2025 ingediende brief is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Gelet op de overeenstemming wijzigt de man zijn verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. is weergegeven. Verder verzoekt de man de zaak schriftelijk af te doen.
4.2.
Bij de bij F9-formulier d.d. 24 januari 2025 ingediende brief is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Ook de vrouw heeft aangegeven dat er geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
4.3.
Bij het e-mailbericht d.d. 24 januari 2025 is namens de GI aangegeven akkoord te zijn met het niet door laten gaan van de zitting.
4.4.
Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De rechtbank is gelet op hetgeen door de GI is aangegeven, gebleken dat ook de GI zich kan vinden in deze overeenstemming. Het is de rechtbank niet gebleken van beletselen om het verzoek van de man toe te wijzen zodat het op onderstaande wijze zal worden toegewezen.
4.5.
Nu de overige verzoeken zijn ingetrokken, kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank
bepaalt dat de vrouw en de minderjarigen
1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2019,
2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020,
in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar waarbij zij wekelijks op donderdag vanaf 14:30 uur tot vrijdag 18:00 uur bij de vrouw verblijven alsmede elke zondag van 11:00 uur tot 18:00 uur en waarbij de regie over de uitbreiding van deze regeling alsmede over de verdeling van de vakanties en feestdagen bij de GI komt te liggen.
Deze beschikking is gegeven door Van Noort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025 in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.