Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:1507
Strafrecht
Raadkamer
1,367 tokens
Dictum
[klager],
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.M. Demirer, H.J.E. Wenckebachweg 150D, 1114 AD Amsterdam-Duivendrecht,
hierna te noemen: de klager.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 7 oktober 2024 onder klager een Piaggio Vespa Sprint met [kenteken] (hierna: de bromfiets) in beslag is genomen;
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 11 november 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de reactie van de officier van justitie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 25 februari 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, klager en mr. A.H. Demirer als advocaat van klager gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager al 10 maanden niet meer in het bezit is van de bromfiets. Klager heeft de intentie om de bromfiets te verkopen gelet op zijn slechte financiële situatie. Met de verkoop van de bromfiets kan hij zijn schulden afbetalen. De kans dat een rechter, later oordelend, de bromfiets verbeurd zal verklaren wordt niet groot geacht.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Het is onverstandig dat de bromfiets terugkeert in de maatschappij nu de bromfiets is voorzien van een 125cc motorblok. Het is dan ook niet hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter later oordelend zal komen tot verbeurdverklaring van de bromfiets.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De bromfiets is in beslag genomen omdat klager te hard zou hebben gereden op een bromfiets met een 125cc motorblok. Uit de justitiële documentatie van klager volgt niet dat hij eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Daarnaast is het de rechtbank ambtshalve bekend dat samengestelde voertuigen na aanpassing en herkeuring weer in het verkeer kunnen worden gebracht. De rechtbank is daarom van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat een rechter later oordelend tot verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de bromfiets zal beslissen. De rechtbank zal het klaagschrift gegrond verklaren en de teruggave van de bromfiets aan klager gelasten.
Nu sprake is van een samengesteld voertuig benadrukt de rechtbank dat een herkeuring door de RDW noodzakelijk is, voordat het voertuig weer op de openbare weg mag rijden. Klager zal hier al bij het ophalen van het voertuig rekening mee moeten houden.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de Piaggio Vespa Sprint (PL2000-2024255308-2623719) aan klager.
Deze beslissing is op 11 maart 2025 genomen door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis en mr. J. van Eekelen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 11 maart 2025.
Mr. Van Eekelen is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).