Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-12
ECLI:NL:RBZWB:2025:1432
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Versnelde behandeling
611 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/902
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [plaats], verzoekers
(gemachtigde: mr. M. Kaplan),
en
Het dagelijks bestuur van gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden (dagelijks bestuur), verweerder.
Inleiding
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 januari 2025 (bestreden besluit) inzake de verrekening van een vordering met hun bijstandsuitkering door het dagelijks bestuur. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.
2. Verzoekers zijn bij aangetekende brief van 19 februari 2025 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekers is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekers zijn er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 12 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
voorzieningenrechter
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.