Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-25
ECLI:NL:RBZWB:2025:1412
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,368 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/5353
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: [naam]),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 5 juni 2024. Bij dit besluit is het bezwaar ven eiseres tegen het afwijzen van het verzoek om handhavend op te treden tegen de eigenaren van de woning op het [adres] te [plaats] niet-ontvankelijk verlaard.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat [naam] de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. Verder heeft [naam] geen machtiging en uittreksel van het handelsregister ingediend en heeft ook deze verzuimen niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader gronden
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Heeft [naam] de gronden tijdig vermeld?
4. [naam] heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft [naam] eerst bij gewone brief van 28 juni 2024 en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 8 november 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. [naam] heeft binnen die termijnen geen gronden ingediend. [naam] heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. [naam] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Toetsingskader machtiging en uittreksel uit het handelsregister
6. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen.
Indien voor een rechtspersoon beroep wordt ingesteld mag de rechtbank verlangen dat naast een machtiging, waaruit blijkt dat gemachtigde gerechtigd is beroep in te stellen, een uittreksel van het handelsregister wordt overgelegd. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging en uittreksel uit het handelsregister overgelegd?
7. Het beroepschrift is ingediend door [naam]. Hij vermeldt daarin dat hij beroep instelt namens eiseres. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging en uittreksel uit het handelsregister bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens eiseres. De rechtbank heeft hem eerst bij gewone brief van 28 juni 2024 en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 8 november 2024 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. [naam] heeft binnen die termijnen geen machtiging en uittreksel van het handelsregister ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging en uittreksel uit het handelsregister verontschuldigbaar?
8. [naam] heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [naam] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie
9. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 25 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.