Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-24
ECLI:NL:RBZWB:2025:1384
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,377 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/431677 / FA RK 25-660
Datum uitspraak: 24 februari 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen te Goes.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2025. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat van betrokkene.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft op 28 augustus 2024 een zorgmachtiging verleend tot en met 28 februari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.
4De standpunten
4.1.
De advocaat van betrokkene geeft aan dat zij betrokkene niet heeft kunnen spreken. Ze heeft haar wel een aantal e-mails gestuurd, maar daarop is geen reactie ontvangen. De advocaat betwijfelt ten zeerste of betrokkene op de hoogte is van de zitting. In het verleden wilde betrokkene wel altijd gehoord worden, daarom denkt de advocaat dat betrokkene in deze zaak ook gehoord wenst te worden. Daarnaast zet de advocaat vraagtekens bij de doelmatigheid van een vernieuwde zorgmachtiging. Betrokkene is aangemeld bij verschillende instanties, maar wordt om verschillende redenen nergens opgenomen. In januari is zij vrijwillig opgenomen, maar vervolgens een dag later naar huis gestuurd. Ook bij andere opnames is betrokkene gewoon weggegaan, ondanks de geldende zorgmachtiging. De advocaat vraagt zich af wat het doel is van de zorgmachtiging als daar geen uitvoering aan gegeven wordt.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Betrokkene is zwervende. De hulpverlening weet op dit moment niet waar zij is. De rechtbank kan niet vaststellen of betrokkene op de hoogte is van de mondelinge behandeling, of van de gewijzigde locatie van de mondelinge behandeling. Betrokkene is opgeroepen op een adres waar ze niet verblijft. Daarna is de mondelinge behandeling naar de rechtbank verplaatst. Dit is bericht aan haar advocaat maar die heeft betrokkene niet te pakken kunnen krijgen. Ook de onafhankelijk medische specialist heeft haar niet in persoon kunnen onderzoeken. In het verleden wilde betrokkene ook altijd gehoord worden. De rechtbank kan om deze redenen dan ook niet tot de conclusie komen dat betrokkene niet gehoord wenst te worden. Het aanhouden van de zaak acht de rechtbank ook geen optie. Ten eerste door het verlopen van de beslistermijn, maar ook omdat er geen zicht is op wanneer betrokkene gevonden gaat worden. De vraag of betrokkene op de hoogte is van een mondelinge behandeling blijft constant spelen als niet bekend is waar betrokkene verblijft. Daarnaast rijst de vraag wat de bedoeling precies is van een nieuwe machtiging. Er zijn duidelijk zorgen omtrent betrokkene echter, uit de medische verklaring blijkt ook dat betrokkene niet kan worden opgenomen bij [accommodatie] en er op dit moment ook geen andere plek is waar ze wel opgenomen zou kunnen worden. Een ambulant kader lijkt niet de bedoeling te zijn van de zorgmachtiging nu de behandelaren stellen dat betrokkene zich dan aan zorg onttrekt. Daarnaast kan ook geen uitvoering worden gegeven aan een zorgmachtiging als betrokkene niet gevonden wordt.
5.3.
Gelet op het voorgaande wordt naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan de wettelijke criteria om het voorliggende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging toe te wijzen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2025 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier, en op schrift gesteld op 10 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.