Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-05
ECLI:NL:RBZWB:2025:1357
Civiel recht
Bodemzaak
2,014 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11042309 \ CV EXPL 24-1286
Vonnis van 5 maart 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
DE OPENBARE RECHTSPERSOON GEMEENTE ZOETERMEER,
te Zoetermeer,
eisende partij,
hierna te noemen: de gemeente,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
NOBOTEL B.V.,
te Oosterhout,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Nobotel,
gemachtigde: mr. J.A.K. van den Berg.
1De zaak in het kort
Nobotel is in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat de rechtsgrond voor de betaling van € 3.534,94 door de gemeente aan Nobotel ontbreekt. Nobotel heeft het tegenbewijs niet geleverd en moet dit bedrag aan de gemeente terugbetalen. Nobotel moet ook de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten betalen.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 januari 2025;
- de akte van Nobotel;- het e-mailbericht van de gemachtigde van de gemeente van 18 februari 2025 waarin hij laat weten dat de gemeente afziet van het nemen van een antwoordakte.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De verdere beoordeling
3.1.
De kantonrechter blijft bij en verwijst naar hetgeen zij in het tussenvonnis van 22 januari 2025 heeft geoordeeld. In dit tussenvonnis heeft de kantonrechter voorshands geoordeeld dat het ontbreken van de rechtsgrond voor de betaling van € 3.534,94 door de gemeente aan Nobotel vaststaat. Nobotel is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
Nobotel heeft geen tegenbewijs geleverd: de vordering van de gemeente wordt toegewezen
3.2.
Nobotel heeft kenbaar gemaakt dat zij geen gebruik maakt van de geboden mogelijkheid tegenbewijs te leveren. Dat betekent dat Nobotel het tegenbewijs niet heeft geleverd. Daarmee komt vast te staan dat er geen rechtsgrond is voor de betaling van € 3.534,94 door de gemeente aan Nobotel. Nobotel moet dit bedrag dus aan de gemeente terug betalen en zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Nobotel moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.3.
De gemeente vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 478,49 toegewezen.
Nobotel moet wettelijke rente betalen
3.4.
De gemeente vordert betaling van de wettelijke rente (art. 6:119 BW). Nobotel heeft hier geen verweer tegen gevoerd. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen.
Totaal toe te wijzen bedrag
3.5.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
Onverschuldigd betaalde factuur € 3.534,94
Buitengerechtelijke incassokosten € 478,49
Wettelijke rente tot en met 8 juni 2023 € 21,31
Totaal € 4.034,74
Nobotel moet de proceskosten betalen
3.6.
Volgens Nobotel is er aanleiding de proceskosten te compenseren of de gemeente in de proceskosten te veroordelen. Nobotel stelt dat de voornaamste reden dat zij niet in staat is tegen redelijke kosten bewijs te leveren, is gelegen in het tijdsverloop. De betaling vond bijna vijf jaar geleden plaats. Twee keer eerder heeft de gemeente Nobotel gedagvaard, maar bleek de gemeente geen procedure aanhangig te hebben gemaakt. Nobotel heeft beide keren overleg moeten voeren met haar advocaat en haar advocaat verzocht zich te stellen als de zaak zou worden aangebracht. Volgens de gemeente zijn de eerdere dagvaardingen niet aangebracht als gevolg van te late bezorging door PostNL en is er geen grond de vordering ten aanzien van de proceskosten af te wijzen.
3.7.
Art. 237 lid 1 Rv bepaalt dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld in de kosten van de procedure wordt veroordeeld. De rechter kan de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte. Dat de gemeente Nobotel eerder heeft gedagvaard, maar de zaak toen niet heeft aangebracht maakt niet dat in deze procedure sprake is van kosten die nodeloos zijn veroorzaakt. Nobotel had er immers ook voor kunnen kiezen haar advocaat pas in te schakelen toen de zaak door de gemeente wel was aangebracht. Voor wat betreft het gestelde tijdsverloop heeft de gemeente Nobotel er per e-mail van 22 december 2022 van op de hoogte gesteld dat ten onrechte een bedrag van € 3.534,94 aan Nobotel is betaald. Dat uiteindelijk pas in april 2024 een procedure door de gemeente aanhangig is gemaakt, is geen reden om Nobotel niet in de proceskosten te veroordelen.
3.8.
Kortom, Nobotel is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor het salaris gemachtigde wordt uitgegaan van één punt voor de dagvaarding en één punt voor de conclusie van repliek.
De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
115,22
- griffierecht
€
496,00
- salaris gemachtigde
€
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.288,22
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Nobotel om aan de gemeente te betalen een bedrag van € 4.034,74, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 3.534,94, met ingang van 3 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Nobotel in de proceskosten van € 1.288,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Nobotel niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Vliet en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025.