Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-05
ECLI:NL:RBZWB:2025:1355
Civiel recht
Bodemzaak
2,273 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11286832 \ CV EXPL 24-4389
Vonnis van 5 maart 2025
in de zaak van
CONCEPTSNSOLUTIONS B.V.,
te Wierden,
eisende partij,
hierna te noemen: CNS,
gemachtigde: Invorderingsbedrijf B.V.,
tegen
1
[de melkveehouderij],
te [plaats],
hierna te noemen: [de melkveehouderij],2. [persoon 1],
te [plaats],
hierna te noemen: [persoon 1],3. [persoon 2],
te [plaats],
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [persoon 2],
hierna samen te noemen: [gedaagden],
gemachtigde: mr. S.E.L. van Kerkhof.
1De zaak in het kort
Tussen CNS en [gedaagden] is een overeenkomst gesloten voor het leveren en terugleveren van energie. CNS heeft een eindafrekening voor het jaar 2021 ter hoogte van € 12.465,48 bij [gedaagden] in rekening gebracht. CNS vordert nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst en betaling van dit bedrag door [gedaagden] De kantonrechter oordeelt dat CNS haar vordering onvoldoende aan de hand van meetgegevens van het energieverbruik door [gedaagden] heeft onderbouwd en wijst de vordering af. Hieronder legt de kantonrechter verder uit waarom.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 oktober 2024 en de daarin opgenomen stukken;
- de akte overlegging nadere producties van CNS;
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
Tussen CNS (en Getec energie AG) en [de melkveehouderij] is op 29 maart 2018 een ‘energie levering en teruglevering overeenkomst voor jumpstart’ tot stand gekomen. Op grond van deze overeenkomst heeft CNS energie geleverd aan [de melkveehouderij] en heeft [de melkveehouderij] energie terug geleverd aan CNS.
3.2.
[de melkveehouderij] heeft een factuur van CNS, gedateerd op 2 mei 2022, voor een bedrag van € 12.465,48 niet betaald. Deze factuur betreft de eindafrekening voor het jaar 2021.
3.3.
CNS heeft [de melkveehouderij] verschillende keren verzocht de openstaande factuur te betalen. [gedaagden] hebben de factuur niet betaald.
Geschil
4.1.
CNS vordert - samengevat - betaling van € 18.026,75 (hoofdsom € 12.465,48, rente € 3.298,79, incassokosten € 1.869,82 en BTW over incassokosten € 392,66) met wettelijke handelsrente en proceskosten.
4.2.
CNS beroept zich op nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. CNS brengt naar voren dat ondanks verschillende aanmaningen, [gedaagden] weigeren de eindafrekening over 2021 te betalen. [gedaagden] hebben wel voorschotbedragen maar niet het daadwerkelijke energieverbruik over 2021 betaald, aldus CNS.
4.3.
[gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van CNS, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van CNS in de kosten van deze procedure. Meer subsidiair verzoeken [gedaagden] de vorderingen van CNS toe te wijzen zonder het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren of aan de uitvoerbaar bij voorraadverklaring de voorwaarde te verbinden dat CNS zekerheid stelt tot een bedrag van € 20.000,00.
4.4.
[gedaagden] voeren het volgende aan. Alle facturen uit 2021 zijn betaald. Er zijn over het jaar 2021 geen meetgegevens bekend waaruit blijkt dat [gedaagden] nog enig bedrag aan CNS verschuldigd zijn. Subsidiair doen [gedaagden] een beroep op verjaring (art. 7:28 BW jo. art. 3:313 BW). [gedaagden] stellen dat zij de eindafrekening over 2021 pas per e-mail van 17 mei 2024 voor het eerst hebben ontvangen.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Nakoming overeenkomst: stelplicht en bewijslast rusten op CNS
5.1.
CNS vordert nakoming van de verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. Volgens CNS moeten [gedaagden] een bedrag van € 12.465,48 betalen. Dit betreft de eindafrekening over het jaar 2021. Aangezien CNS nakoming van de overeenkomst vordert en zich op het rechtsgevolg (betaling van € 12.465,48 door [gedaagden]) beroept, rusten de stelplicht en bewijslast hiervan op CNS.
CNS heeft haar vordering onvoldoende onderbouwd; de vordering wordt afgewezen
5.2.
[gedaagden] hebben gemotiveerd betwist dat zij CNS over het jaar 2021 een bedrag van € 12.465,48 verschuldigd zijn. De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagden], CNS haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd en daarmee onvoldoende aan haar stelplicht heeft voldaan. Hierna legt de kantonrechter uit waarom.
5.3.
Partijen zijn overeengekomen dat de afrekening van energie plaatsvindt op basis van de daadwerkelijk verbruikte en geproduceerde hoeveelheid energie. Zij hebben afgesproken dat [de melkveehouderij] maandelijks een factuur ontvangt op basis van meetdata. In artikel 5.1 van de overeenkomst staat hierover: “Iedere maand zal GETEC een factuur of credit factuur versturen zodra de noodzakelijke meetdata beschikbaar is. Dit is in de regel aan het einde van de maand, na de maand van levering en afname van energie. Over de maand van januari zal de factuur of credit factuur dus eind februari verstuurd worden.”
5.4.
Het ligt op de weg van CNS aan de hand van meetgegevens van het energieverbruik door [gedaagden] te onderbouwen wat het verbruik in het jaar 2021 is geweest en waarom [gedaagden] over het jaar 2021 nog een bedrag van € 12.465,48 aan CNS verschuldigd zijn. Deze onderbouwing heeft CNS niet gegeven, terwijl [gedaagden] daar herhaaldelijk om hebben gevraagd. In de conclusie van antwoord stellen [gedaagden] zich op het standpunt dat meetgegevens over 2021 ontbreken en dat zij daardoor de eindafrekening niet kunnen controleren. CNS heeft deze gegevens niet alsnog in het geding gebracht. Op de zitting is namens CNS verklaard dat zij één of twee keer per jaar gegevens van de netbeheerder ontvangt, dat op basis daarvan de meterstanden en het verbruik worden bepaald en dat met die gegevens de eindafrekening voor 2021 is opgesteld. Deze gegevens heeft CNS verder niet in deze procedure inzichtelijk gemaakt en overgelegd. De conclusie is daarom dat CNS haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen en de vordering van CNS wordt afgewezen.
5.5.
De kantonrechter komt niet toe aan de bespreking en beoordeling van het subsidiaire verweer van [gedaagden]
CNS moet de proceskosten betalen
5.6.
CNS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
947,00
5.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van CNS af,
6.2.
veroordeelt CNS in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als CNS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt CNS tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2025.