Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:1227
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,634 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/431081 / FA RK 25-352
Datum uitspraak: 11 februari 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [woonplaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg te Breda.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 januari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2025 aan voormeld woonadres. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
de heer [naam] , psychiater.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), voor de duur van zes maanden te verlenen voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3. De standpunten
3.1.
Betrokkene merkt op dat sinds zij alleen woont zij veel last heeft van eenzaamheid. Ook heeft zij fysieke klachten. Zij heeft er vooral veel moeite mee dat zij geen contact meer heeft met haar kinderen. Bovendien maakt zij zich regelmatig zorgen over haar kinderen en haar familie. In plaats van aan voortgezette verplichte ambulante zorg heeft zij op dit moment met name behoefte aan het gezelschap van iemand, die haar tot steun kan zijn en met wie zij leuke dingen kan ondernemen. Betrokkene wil liever geen medicatie gebruiken.
3.2.
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene zich ten onrechte zorgen maakt over haar kinderen en haar familie, maar dat is moeilijk over te brengen aan haar. Er zijn veel zorgen over het functioneren van betrokkene. Gezien wordt dat bij betrokkene, sinds zij met het gebruik van de haar voorgeschreven medicatie is gestopt, in toenemende mate van verwardheid sprake is. Ook raakt zij meer en meer uit het contact met de ambulante zorgverlening en komt zij zorgafspraken niet na. Daarbij verwaarloost zij haar huishouden en ‘vlucht’ zij regelmatig uit huis, waarover betrokkene zelf aangeeft dat zij in hotels heeft verbleven om tot rust te komen en sociale contacten op te doen. Daarnaast vertoont betrokkene gevaarlijk rijgedrag door in verwarde toestand achter het stuur te gaan zitten. De psychiater is het eens met het verzoek om een zorgmachtiging, dit om in eerste instantie door middel van ambulante zorg eraan te kunnen gaan werken dat de situatie van betrokkene voldoende stabiliseert. In het geval dat deze zorg ontoereikend blijkt dient over de mogelijkheid te worden beschikt om aan betrokkene door middel van een verplichte klinische opname de zorg te bieden die nodig is om haar voldoende te stabiliseren en naar huis te laten terugkeren. Hij ziet op dit moment geen noodzaak voor het verplicht toedienen van vocht en voeding en voor het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.
3.3.
De advocaat voert aan dat haar cliënt duidelijk is in haar standpunt, zij wil liever geen verplichte zorg.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten: schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
4.3.
Tevens is naar het oordeel van de rechtbank uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat door de stoornis veroorzaakt gedrag van betrokkene leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang.
Sinds betrokkene is gestopt met het gebruik van de haar voorgeschreven medicatie en zij de afspraken met de ambulante zorgverlening niet naleeft is er bij haar in toenemende mate sprake van verwardheid. Ook wordt gezien dat zij haar huishouden verwaarloost, dat zij kampt met een ernstige vorm van eenzaamheid die maakt dat zij haar woning regelmatig ontvlucht en dat zij gevaarlijk rijgedrag vertoont.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Betrokkene laat blijken dat zij ambulante zorg en medicatie niet als oplossing ziet om aan haar situatie te gaan werken, maar dat zij vooral behoefte heeft aan iemand die haar gezelschap houdt. Dit maakt dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor het bieden van passende zorg op vrijwillige basis en daarom verplichte zorg nodig is. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte verplichte zorgvormen, nu de noodzaak daarvoor niet is gebleken.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor een periode van zes maanden, als verzocht.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene]
, geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 4.5 kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 augustus 2025;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 14 februari 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/431081 / FA RK 25-352
Datum uitspraak: 11 februari 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [woonplaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg te Breda.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 januari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2025 aan voormeld woonadres. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
de heer [naam] , psychiater.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), voor de duur van zes maanden te verlenen voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3. De standpunten
3.1.
Betrokkene merkt op dat sinds zij alleen woont zij veel last heeft van eenzaamheid. Ook heeft zij fysieke klachten. Zij heeft er vooral veel moeite mee dat zij geen contact meer heeft met haar kinderen. Bovendien maakt zij zich regelmatig zorgen over haar kinderen en haar familie. In plaats van aan voortgezette verplichte ambulante zorg heeft zij op dit moment met name behoefte aan het gezelschap van iemand, die haar tot steun kan zijn en met wie zij leuke dingen kan ondernemen. Betrokkene wil liever geen medicatie gebruiken.
3.2.
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene zich ten onrechte zorgen maakt over haar kinderen en haar familie, maar dat is moeilijk over te brengen aan haar. Er zijn veel zorgen over het functioneren van betrokkene. Gezien wordt dat bij betrokkene, sinds zij met het gebruik van de haar voorgeschreven medicatie is gestopt, in toenemende mate van verwardheid sprake is. Ook raakt zij meer en meer uit het contact met de ambulante zorgverlening en komt zij zorgafspraken niet na. Daarbij verwaarloost zij haar huishouden en ‘vlucht’ zij regelmatig uit huis, waarover betrokkene zelf aangeeft dat zij in hotels heeft verbleven om tot rust te komen en sociale contacten op te doen. Daarnaast vertoont betrokkene gevaarlijk rijgedrag door in verwarde toestand achter het stuur te gaan zitten. De psychiater is het eens met het verzoek om een zorgmachtiging, dit om in eerste instantie door middel van ambulante zorg eraan te kunnen gaan werken dat de situatie van betrokkene voldoende stabiliseert. In het geval dat deze zorg ontoereikend blijkt dient over de mogelijkheid te worden beschikt om aan betrokkene door middel van een verplichte klinische opname de zorg te bieden die nodig is om haar voldoende te stabiliseren en naar huis te laten terugkeren. Hij ziet op dit moment geen noodzaak voor het verplicht toedienen van vocht en voeding en voor het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.
3.3.
De advocaat voert aan dat haar cliënt duidelijk is in haar standpunt, zij wil liever geen verplichte zorg.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten: schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
4.3.
Tevens is naar het oordeel van de rechtbank uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat door de stoornis veroorzaakt gedrag van betrokkene leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang.
Sinds betrokkene is gestopt met het gebruik van de haar voorgeschreven medicatie en zij de afspraken met de ambulante zorgverlening niet naleeft is er bij haar in toenemende mate sprake van verwardheid. Ook wordt gezien dat zij haar huishouden verwaarloost, dat zij kampt met een ernstige vorm van eenzaamheid die maakt dat zij haar woning regelmatig ontvlucht en dat zij gevaarlijk rijgedrag vertoont.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Betrokkene laat blijken dat zij ambulante zorg en medicatie niet als oplossing ziet om aan haar situatie te gaan werken, maar dat zij vooral behoefte heeft aan iemand die haar gezelschap houdt. Dit maakt dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor het bieden van passende zorg op vrijwillige basis en daarom verplichte zorg nodig is. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte verplichte zorgvormen, nu de noodzaak daarvoor niet is gebleken.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor een periode van zes maanden, als verzocht.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene]
, geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 4.5 kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 augustus 2025;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 14 februari 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.