Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-01-21
ECLI:NL:RBZWB:2025:1128
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,290 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10985535 \ MB VERZ 24-281
CJIB-nummer : 6062 5422 5707 2272
uitspraakdatum : 21 januari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Catharinastraat te Breda op 7 april 2023 om 18:10 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Gemachtigde verwijst naar de verklaring van verbalisant in het zaakoverzicht. De verklaring dat de bestuurder na een gesprek met de verbalisant is weggereden, is onvoldoende om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. De verbalisant had de bestuurder tot stoppen moeten dwingen en een identiteitsbewijs moeten vorderen. De bestuurder was immers ter plaatse aanwezig. De sanctie is dus ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd. Tot slot verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In het aanvullend proces-verbaal heeft verbalisant verklaard dat hij betrokkene heeft staande gehouden en de beschikking heeft aangezegd. Betrokkene heeft hierop gereageerd met ‘doe maar op kenteken’. Verbalisant heeft betrokkene zijn rijbewijs gevorderd aangezien betrokkene ter plaatse was gekomen. Betrokkene heeft hier nogmaals op gereageerd met ‘nee schrijf maar op kenteken’. Hierna is betrokkene in zijn voertuig gestapt en weggereden. Verbalisant en zijn collega zijn nog achter betrokkene aan gereden, maar vanwege de verkeersveiligheid hebben zij dit moeten loslaten. Gelet op de bovengenoemde omstandigheden bestond er geen reële mogelijkheid tot staandehouding.
Overwegingen
Staandehouding
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat verbalisant zijn uiterste best heeft gedaan om betrokkene staande te houden. De verbalisant heeft dit ook voldoende onderbouwd.
Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.