Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-02-05
ECLI:NL:RBZWB:2025:1002
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,462 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11320995 \ CV EXPL 24-3469
Vonnis van 5 februari 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING THUISVESTER,
te Oosterhout,
eisende partij,
hierna te noemen: Thuisvester,
gemachtigde: mr. M.C.E. Wirken,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. H.A.J. van Rens.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 december 2024
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Thuisvester heeft per 14 januari 2020 aan [gedaagde] verhuurd de woning aan [adres] (verder: het gehuurde). De huurprijs is op dit moment € 838,35 per maand.
2.2.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte d.d. 1 april 2011 van toepassing verklaard.
2.3.
Thuisvester heeft op 5 februari 2024 een anonieme melding ontvangen dat [gedaagde] gedurende 2,5 jaar niet zou hebben verbleven in het gehuurde wegens detentie in
Brugge, België.
2.4.
Sinds november 2024 woont [gedaagde] weer in de woning.
Geschil
3.1.
Thuisvester vordert - samengevat - ontbinding en ontruiming van de woning aan [adres], gemeente Geertruidenberg, omdat [gedaagde] vanwege detentie zijn hoofdverblijf niet in de woning heeft.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. Hij voert daarbij aan dat zijn verblijf elders niet vrijwillig was en dat hij inmiddels weer in de woning woont.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afspraken gemaakt. Thuisvester heeft gevraagd om de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals partijen deze hebben besproken op zitting. [gedaagde] verzet zich niet tegen toewijzing van deze gewijzigde vorderingen en de kantonrechter overweegt dat deze vorderingen toewijsbaar zijn.
4.2.
[gedaagde] zegt toe zich te houden aan de verplichtingen en verboden uit de huurovereenkomst. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning indien en zodra [gedaagde] zich gedurende twee jaar niet houdt aan de volgende afspraken:
[gedaagde] heeft zijn hoofdverblijf in de woning, wat betekent dat hij er feitelijk moet wonen.
Indien [gedaagde] opnieuw gedetineerd raakt, meldt hij dat meteen aan Thuisvester en leidt dat tot het einde van de huurovereenkomst.
[gedaagde] werkt mee aan vier huisbezoeken per jaar op afspraak door de woonconsulent voor zover Thuisvester deze nodig vindt.
[gedaagde] werkt mee aan een bezichtiging door de opzichter van Thuisvester van de verbouwingen in de woning in verband met veiligheid en ongedaanmakingsverplichtingen (direct of bij het einde van de huurovereenkomst). [gedaagde] komt de instructies van de opzichter na.
4.3.
Partijen hebben afgesproken dat de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.4.
Komt [gedaagde] één of meer van de bovenstaande onderdelen onder 1, 2, 3 of 4 niet strikt na, dan kan Thuisvester direct een beroep doen op vervulling van de voorwaarden, wat betekent dat de huurovereenkomst is ontbonden. Thuisvester kan dan overgaan tot ontruiming van het gehuurde, waarbij de kantonrechter een ontruimingstermijn van twee weken na betekening van dit vonnis een redelijke termijn acht.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Thuisvester zijn, en de sleutels af te geven aan Thuisvester, indien en zodra [gedaagde] in strijd handelt met één of meer van de volgende voorwaarden:
[gedaagde] heeft zijn hoofdverblijf in de woning, wat betekent dat hij er feitelijk moet wonen.
Indien [gedaagde] opnieuw gedetineerd raakt, meldt hij dat meteen aan Thuisvester en leidt dat tot het einde van de huurovereenkomst.
[gedaagde] werkt mee aan vier huisbezoeken per jaar op afspraak door de woonconsulent voor zover Thuisvester deze nodig vindt.
[gedaagde] werkt mee aan een bezichtiging door de opzichter van Thuisvester van de verbouwingen in de woning in verband met veiligheid en ongedaanmakingsverplichtingen (direct of bij het einde van de huurovereenkomst). [gedaagde] komt de instructies van de opzichter na.
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.