Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-08-20
ECLI:NL:RBZWB:2024:9681
Strafrecht
Raadkamer
1,375 tokens
Dictum
[verzoeker]
geboren op [datum] 1987 te [plaats] ([land])
woonplaats kiezende ten kantore van mr. A.M.J. Joris, Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal
Procesverloop
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 6 maart 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 1.476,27, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de beschikking van de enkelvoudige raadkamer van 6 december 2023 waarbij het klaagschrift ex artikel 552a Sv van verzoeker gegrond is verklaard;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 6 augustus 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs en mr. A.M.J. Joris als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De advocaat van verzoeker heeft in raadkamer een door verzoeker ondertekende versie van het verzoekschrift overgelegd. Ten aanzien van de datum van indiening van het verzoekschrift voert de advocaat van verzoeker aan dat het verzoekschrift op 6 maart 2024 rond 17:30 uur is per e-mail bij de griffie van deze rechtbank is ingediend en verzoeker pas op 17 december 2023 kennis heeft genomen van de gegrond verklaring van het klaagschrift aangezien deze beschikking pas op die datum in het advocatenportaal zichtbaar was.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker ontvankelijk is en dat het verzoekschrift geheel kan worden toegewezen.
Beoordeling
De zaak is geëindigd door gegrondverklaring van het klaagschrift.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat het klaagschrift in behandeling was bij de rechtbank.
Ingevolge artikel 529 lid 2 Sv moet het verzoek binnen 3 maanden na het eindigen van de zaak worden ingediend. Het klaagschrift van verzoeker is op 6 december 2023 gegrond verklaard, de indieningstermijn eindigt in dit geval dus op 6 maart 2023. De rechtbank stelt vast dat de advocaat van verzoeker het verzoekschrift op 6 maart 2023 om 17:34 uur per e-mail bij de griffie van deze rechtbank heeft ingediend. Het verzoekschrift is dus tijdig ingediend. Het ontbreken van een handtekening van verzoeker is hersteld met de in raadkamer overgelegde ondertekende versie van het verzoekschrift. De rechtbank verklaart verzoeker dan ook ontvankelijk in zijn verzoek.
Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook de een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 1.476,27 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 2.156,27, bestaande uit:
- € 1.476,27 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 2.156,27 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, onder vermelding van “Schadevergoeding [verzoeker]/OM”.
Deze beslissing is op 20 augustus 2024 genomen door mr. R.J.H. Goossens rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van
20 augustus 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
ECLI:NL:HR:2020:1056