Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:9676
Strafrecht
Raadkamer
1,242 tokens
Dictum
[verzoeker]
geboren op [datum] 1999 te [plaats]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. A.G. van den Biezenbos, Stratumsedijk 50C, 5611NE Eindhoven
Procesverloop
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 15 mei 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 1.718,20, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de kennisgeving sepot van 2 februari 2024;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich in de schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat de werkzaamheden na sepot voor 30 minuten toewijsbaar zijn waardoor het bedrag aan kosten rechtsbijstand gematigd dient te worden tot € 1.591,64.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de behandeling vastgesteld dat er een relatief gering verschil bestaat tussen het standpunt van verzoeker in het verzoekschrift en de reactie van de officier van justitie. Hierover is contact opgenomen met de advocaat en de officier van justitie. Zij hebben op voorhand schriftelijk hun standpunten kenbaar gemaakt. Verzoeker en officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoeker en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen.
Op 24 september 2024 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie mr. J.J. Peerboom aanwezig. Verzoeker en de advocaat zijn hierbij niet verschenen.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De strafzaak jegens verzoeker is geëindigd middels een sepot op 2 februari 2024. Ten aanzien van de verzochte kosten voor rechtsbijstand merkt de rechtbank op dat zij sinds de overzichtsbeslissingen van 28 februari 2024 (vgl. o.a. ECLI:NL:RBZWB:2024:1334) het uitgangspunt hanteert dat een tijdsbesteding van 30 minuten na de sepotbeslissing als billijk kan worden aangemerkt. De rechtbank stelt vast dat er 54 minuten is besteed aan werkzaamheden na de sepotbeslissing. Dit is meer dan volgens de eerdergenoemde uitgangspunten van de rechtbank in beginsel toewijsbaar is. De rechtbank acht 30 minuten aan werkzaamheden na sepot toewijsbaar en zal de kosten rechtsbijstand toewijzen tot een bedrag van € 1.621,40.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 1.961,40 bestaande uit:
- € 1.621,40 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van € 1.961,40 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Van den Biezenbos BV, onder vermelding van “[verzoeker] 24-012329”.
Deze beslissing is op 8 oktober 2024 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.