Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:9675
Strafrecht
Raadkamer
1,064 tokens
Dictum
[verzoeker]
geboren op [datum] 1998 Gura [plaats], [land]
woonplaats kiezende op het kantoor van mr. T. Roggenkamp, Molenstraat 10 4701 JS Roosendaal
Procesverloop
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 13 juni 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 130,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en/of voorlopige hechtenis;
het op 13 juni 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel
€ 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de kennisgeving sepot van 17 mei 2024;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Het verzoek is behandeld op 24 september 2024. Hierbij is de officier van justitie mr. J.J. Peerboom gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift geheel kan worden toegewezen.
Beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 533 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Verzoeker heeft op 17 mei 2024 1 dag in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van € 130,00.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften wordt ingevolge artikel 530 Sv het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 130,00 voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en/of voorlopige hechtenis;
- wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 340,00 voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 470,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, onder vermelding van “[verzoeker]/OM 02-164946-24”.
Deze beslissing is op 8 oktober 2024 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.