Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-10-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:9674
Strafrecht
Raadkamer
1,412 tokens
Dictum
[klaagster]
geboren op 19 mei 1977
woonplaats kiezende op het kantoor van mr. B.J.P. van Gils, Willem II straat 70 5038 BJ Tilburg
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 15 augustus 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 1 augustus 2024 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [naam] in beslag is genomen: een personenauto voorzien van het [kenteken] (hierna: de personenauto);
de reactie van de officier van justitie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 24 september 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. J.J. Peerboom, klaagster en mr. B.J.P. van Gils als raadsman van klaagster gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat de beslagene de personenauto van klaagster zonder haar toestemming gebruikte. Klaagster is de eigenaar van de personenauto en wist niet van het bestaan van een verborgen ruimte in de personenauto. Daarbij is van belang dat de verborgen ruimte zodanig verborgen was dat de politie deze in eerste instantie niet heeft aangetroffen, maar hiervoor inzet van landelijke collega’s nodig was.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de stukken blijkt dat de politie na het loshalen van het frontje van de autoradio, achter de climate control, een verborgen ruimte met gripzakjes drugs heeft aangetroffen. De teruggave van een voertuig met een verborgen ruimte is in strijd met de wet en het algemeen belang. Het klaagschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende vandat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
In dit geval is klaagster een ander dan degene tegen wie het strafvorderlijk onderzoek zich richt. In de personenauto is echter wel een verborgen ruimte aangetroffen waarin (in een kleine gekeurde portemonnee) tientallen kleine gripzakjes met vermoedelijk cocaïne zijn aangetroffen. Gelet daarop is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, een ontrekking aan het verkeer van de personenauto zal bevelen. Het feit waarvan beslagene wordt verdacht is namelijk met de personenauto begaan en het ongecontroleerde bezit van een auto met verborgen ruimte is in strijd met het algemeen belang. Ervan uitgaande dat klaagster als redelijkerwijs rechthebbende van de persoeneauto kan worden aangemerkt, kan de strafrechter tezijnertijd eventueel rekening houden met het nadeel van klaagster door de ontrekking aan het verkeer van de personenauto. Onder andere artikel 33c, tweede lid, Wetvboek van Strafrecht (Sr) is in artikel 36b, tweede lid Sr namelijk van overeenkomstige toepassing verklaard voor de onttrekking aan het verkeer.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag ongegrond verklaren.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 8 oktober 2024 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
ECLI:NL:HR:2010:BL2823.