Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-05
ECLI:NL:RBZWB:2024:9640
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,429 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11174102 \ MB VERZ 24-815
CJIB-nummer: 2062 5422 5651 1247
uitspraakdatum: 5 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op een parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde op de Caspar Damstraat te Zundert op 27 februari 2023 om 14:47 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Het was voor betrokkene niet duidelijk dat er sprake was van een gereserveerde parkeerplaats. Het onderbord gaf aan “Toezicht en handhaving Gemeente Zundert”. Betrokkene was in de veronderstelling dat dit de instantie was die de parkeerduur controleerde.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd geen boete onder zijn ruitenwisser te hebben aangetroffen, en de boete pas enkele weken later te hebben ontvangen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er staat op de hoek van de straat een bord waaruit blijkt dat een blauwe zone van kracht is en dit wordt ook aangegeven door middel van een blauwe streep. Betrokkene heeft zijn voertuig geparkeerd op een gereserveerde parkeerplaats voor handhavingsvoertuigen van de gemeente Zundert. Het had betrokkene duidelijk kunnen zijn dat parkeren niet was toegestaan.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. Het is de verantwoordelijkheid van een verkeersdeelnemer zich ervan te vergewissen of parkeren is toegestaan.
De boete is in zoverre dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat er verwarring kan zijn over het onderbord. Met alleen de tekst: “Toezicht en handhaving Gemeente Zundert” is het goed voorstelbaar dat betrokkene in de veronderstelling verkeerde dat handhaving van de blauwe zone waarin betrokkene geparkeerd was zou plaatsvinden door de gemeente. De boete zal daarom worden gematigd tot nihil.
Het is betrokkene op de zitting duidelijk geworden dat parkeren op deze locatie, met dit onderbord, niet is toegestaan. Bij een volgende boete zal de kantonrechter daarom geen matiging toepassen. Het blijft de verantwoordelijkheid van een verkeersdeelnemer zich ervan te vergewissen of parkeren is toegestaan.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.