Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-15
ECLI:NL:RBZWB:2024:961
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,762 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/417482 / FA RK 23/6073
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 15 januari 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
thans verblijvende in de accommodatie SMO WVZ [locatie] , [woonadres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. V.C. Andeweg te Breda.
Procesverloop
1.1
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 december 2023.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 december 2023;
- de medische verklaring van 20 december 2023;
- een zorgplan van 4 december 2023;
- een zorgkaart van 18 december 2023;
- een afschrift van de beschikking van 19 mei 2020 waarbij een bewind is ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 januari 2024, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [naam 1] , trajectregisseur;
- mevrouw [naam 2] , casemanager FACT Ggz Breburg.
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2Verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen ten behoeve van betrokkene, voor de duur van twaalf maanden en voor de navolgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
3Standpunten
3.1
Betrokkene merkt op dat zij emotioneel volledig stabiel is en dat zij haar toekomst positief tegemoet ziet. Er is daarom in haar opvatting geen aanleiding meer voor verplichte zorg, althans zeker niet voor zover dit haar medicatie gebruik betreft. Zij zal die voortaan in eigen beheer kunnen innemen.
3.2
De casemanager FACT Ggz Breburg brengt naar voren dat in samenwerking met betrokkene tot een goede modus is gekomen voor wat betreft het (blijven) onderhouden van contact door haar met de ambulante hulpverlening. Ook is recentelijk in samenspraak met haar psychiater de dosering van de medicatie verlaagd. Wel wijst zij erop dat er een direct verband bestaat tussen het medicatiegebruik door betrokkene en het achterwege blijven van zorgelijk gedrag als gevolg van decompensatie. Door het eigener beweging afbouwen van de medicatie naar nihil is betrokkene in een eerder stadium opnieuw ontregeld geraakt, wat tot zorgelijke incidenten heeft geleid. Betrokkene dient daarom de haar voorgeschreven medicatie dagelijks onder toezicht in te nemen. Betrokkene heeft laten zien dat zij haar medewerking aan medicatie toediening beëindigt zodra er van een verplicht kader geen sprake meer is. Om de huidige positieve lijn te kunnen voortzetten dient daarom een machtiging verplichte zorg onderliggend te zijn. Zij kan daarom achter het voorliggend verzoek staan.
3.3
De trajectregisseur sluit zich aan bij hetgeen door de casemanager FACT Ggz naar voren is gebracht.
3.4
De advocaat van betrokkene voert aan dat de toestand van betrokkene eigenlijk al vanaf de vorige beslissing van de rechtbank aan de beterende hand is en dat die lijn zich sindsdien heeft voortgezet. Feitelijk hebben zich in het afgelopen anderhalf jaar geen belangrijke incidenten voorgedaan. Dit blijkt echter niet of althans onvoldoende uit de inhoud van de medische verklaring. Betrokkene laat bovendien blijken dat zij het liefst geen medicatie zou gebruiken. Dit bij elkaar maakt dat zij namens betrokkene primair verzoekt om het voorliggend verzoek af te wijzen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt zij - bij wijze van subsidiair standpunt - de machtiging verplichte zorg maximaal toe te wijzen voor het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten en de duur daarvan te beperken tot een half jaar, onder afwijzing van het resterend verzochte.
Beoordeling
4.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie-spectrum- en andere psychotische stoornissen. De enkele ontkenning van betrokkene dat zij niet (langer) ziek is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
4.2
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
4.3
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
4.4
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De behandelaar van betrokkene stelt zich op het standpunt dat het blijven gebruiken van de voorgeschreven medicatie noodzakelijk is om te voorkomen dat betrokkene opnieuw decompenseert en zij in psychotische toestand geraakt. Dit heeft eerder tot gevolg gehad dat betrokkene wegens het veroorzaken van overlast haar woonruimte is verloren en zij met de politie in aanraking kwam. Betrokkene verkeert intussen gedurende langere tijd in een stabielere fase, hetgeen volgens haar behandelaar echter rechtstreeks verband houdt met het verplicht onder toezicht blijven gebruiken van de voorgeschreven medicatie. Om die reden is verplichte zorg nodig.
4.5
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vorm van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toediening van medicatie.
Het verzoek van de officier van justitie wordt afgewezen voor zover dat ziet op de overige
verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak
bestaat. Daarbij neemt de rechtbank expliciet in aanmerking dat voor het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen - althans bij wijze van verplichte zorgvorm - de noodzaak niet aanwezig is, nu uit de verkregen informatie van de casemanager blijkt dat sprake is van een goede en consistente samenwerking tussen betrokkene met de ambulante hulpverlening
4.6
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
4.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de machtiging in duur te beperken tot een half jaar, zoals door de advocaat van betrokkene subsidiair verzocht, nu op grond van de gegevens uit de stukken en de mondelinge behandeling naar verwachting de toestand van betrokkene binnen die periode niet zodanig zal zijn veranderd dat dit in relatie tot de voor haar noodzakelijk geachte zorg een geheel ander beeld zal opleveren.
Dictum
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 4.5 kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 januari 2025;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr Willemsen, rechter en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2024 in tegenwoordigheid van. Baremans als griffier, en op 22 januari 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.