Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-27
ECLI:NL:RBZWB:2024:9568
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,272 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11049720 \ MB VERZ 24-478
CJIB-nummer : 4062 5422 5505 7560
uitspraakdatum : 27 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen, maar namens gemachtigde was mr. H. Iaazza aanwezig. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: bestuurder of passagier bromfiets draagt geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijk bevestigde helm op de Slingerweg te Breda op 6 januari 2023 om 22:14 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft tijdens het rijden een helm gedragen en heeft deze helm ook deugdelijk bevestigd. De verklaringen van de verbalisant in het zaakoverzicht en in het aanvullend proces-verbaal zijn tegenstrijdig. In het zaakoverzicht heeft de verbalisant verklaard dat betrokkene een helm droeg, maar deze niet deugdelijk op zijn hoofd was bevestigd. In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat betrokkene geen helm droeg. Door deze stand van zaken is gerede twijfel ontstaan omtrent de vraag of de verweten gedraging is verricht. Gemachtigde verzoekt om vernietiging van de sanctiebeschikking en om een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat betrokkene de gedraging betwist. De twee verschillende verklaringen van de verbalisant zijn tegenstrijdig waardoor betrokkene niet op de hoogte is van wat hem wordt verweten.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het is bijzonder dat de verbalisant in het zaakoverzicht verklaart dat de kinband niet gesloten is en dat dezelfde verbalisant in het proces-verbaal verklaart dat betrokkene geen helm droeg. De zittingsvertegenwoordiger heeft bij de betreffende verbalisant aanvullende informatie opgevraagd, maar hij heeft nagelaten daar een reactie op te geven.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij houdt de kantonrechter rekening met de rechtszekerheid. Het moet duidelijk zijn wat er aan een betrokkene wordt verweten. Voor betrokkene is het niet duidelijk wat hem in dit geval wordt verweten en dit wordt ook niet opgehelderd door middel van een aanvullend proces-verbaal. Hierdoor is de kantonrechter van oordeel dat er voldoende twijfel is ontstaan. De kantonrechter geeft betrokkene het voordeel van de twijfel. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 312,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50
totaal € 1.187,00
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.187,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: