Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-27
ECLI:NL:RBZWB:2024:9563
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,397 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11163438 \ MB VERZ 24-785
CJIB-nummer : 5062 5422 5505 7445
uitspraakdatum : 27 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mevrouw [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen op de Karnemelkstraat te Breda op 3 januari 2023 om 20:30 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt een klein bedrijf te hebben en was ten tijde van de gedraging een wasmachine voor een klant, in de binnenstad van Breda, aan het lossen. Terwijl hij met de wasmachine op de steekwagen richting de klant liep, zag hij dat er foto’s van zijn voertuig werden gemaakt. Bij het verkeersbord stond geen tijdsindicatie aangegeven en betrokkene moest met de lift omhoog om de wasmachine bij de klant af te leveren. Betrokkene stelt dat het gerechtshof een aanvullende uitspraak heeft op de definitie van laden en lossen. Namelijk: laden of lossen van goederen van gewicht of omvang gedurende de tijd die daarvoor nodig is en het ter plaatse halen of brengen van de goederen. Volgens betrokkene geeft deze aanvulling zijn situatie aan.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de gedraging al bijna twee jaar geleden is. De klant moest overdag werken waardoor betrokkene ’s avonds pas de wasmachine kon afleveren. Betrokkene heeft zijn voertuig in het parkeervak geparkeerd en is vervolgens de wasmachine op een steekwagen naar het appartement van zijn klant gaan brengen. Hiervoor moest betrokkene gebruik maken van de lift, maar op dat moment waren er meerdere mensen die van de lift gebruik wilde maken. Nadat betrokkene de wasmachine in het appartement had gezet en deze had uitgepakt, is hij weer terug naar beneden gegaan. Betrokkene stelt na dit incident geen nieuwe klanten meer te hebben aangenomen aangezien hij, volgens de pardontijd, maar één minuut heeft om de wasmachine te lossen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene stelt een kleine zelfstandige te zijn die ten tijde van de gedraging een wasmachine voor een nieuwe klant aan het lossen was. Deze gedraging is niet door een scanauto, maar door een verbalisant van de gemeente waargenomen. Betrokkene heeft in zijn beroepschrift een factuur overhandigd waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging op de pleeglocatie aan het lossen was. De verbalisant heeft een pardontijd van slechts één minuut waargenomen. Hierdoor vindt de zittingsvertegenwoordiger dat het verhaal van betrokkene als aannemelijk kan worden beschouwd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat onder laden en lossen moet volgens vaste rechtspraak worden verstaan: het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring in- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. De verbalisant heeft gedurende 1 minuut geen activiteiten waargenomen. Daarbij moet het gaan om goederen van enige omvang of enig gewicht (ECLI:NL:HR:1999:AA2760) die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (ECLI:NL:HR:1975:AJ4297). Betrokkene heeft, door middel van het betreffende factuur waaruit blijkt dat hij op 3 januari 2023 een wasmachine in de Karnemelkstraat 9D3 moest afleveren, aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake is. Hieruit volgt dat sprake is van laden en lossen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: