Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-27
ECLI:NL:RBZWB:2024:9561
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,394 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11024686 \ MB VERZ 24-417
CJIB-nummer : 3062 5422 5526 5608
uitspraakdatum : 27 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen, maar namens gemachtigde was mr. H. Iaazza aanwezig. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken op de Lunetstraat te Breda op 30 november 2022 om 19:07 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het is niet duidelijk op welke manier de verbalisant heeft vastgesteld dat sprake was van een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a RVV 1990. De verbalisant heeft niets verklaard over de kleur van het apparaat of applicaties op het beeldscherm. De verbalisant zou enkel een oplichtend voorwerp hebben waargenomen. Echter heeft de verbalisant niet aangegeven dat hij het apparaat, dat betrokkene zou hebben vastgehouden tijdens het rijden, heeft terug herkend tijdens de staandehouding. Zo heeft de verbalisant geen merk of type genoteerd. Gemachtigde verwijst naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat betrokkene stelt niks in zijn handen te hebben gehouden tijdens het rijden. De enkele verklaring dat de verbalisant een oplichtend voorwerp waarnam, is volgens gemachtigde onvoldoende aangezien het voertuig van betrokkene, een BMW X6, helemaal vol zit met schermen. Het ligt op de weg van de verbalisant om duidelijk aan te geven wat hij heeft waargenomen. Gemachtigde is van mening dat de verbalisant een te summiere verklaring heeft afgelegd en dat hierdoor te veel twijfel rondom de gedraging is ontstaan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Twee verbalisanten hebben verklaard dat betrokkene tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield, maar betrokkene betwist deze gedraging. Hierdoor staat de verklaring van twee verbalisanten tegenover de inconsistente verklaring van betrokkene. Het is, volgens de zittingsvertegenwoordiger, niet aannemelijk dat het een ander voorwerp betreft. Tegenwoordig zijn veel auto’s voorzien van een scherm in het midden, maar betrokkene heeft dit niet met relevante bewijsstukken, zoals foto’s onderbouwd. Gelet op het bovenstaande is de zittingsvertegenwoordiger van mening dat de gedraging kan worden vastgesteld.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Betrokkene wilde tijdens de staandehouding geen verklaring afleggen, waardoor de kantonrechter geen twijfel ziet aan de juistheid van de waarneming.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.