Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-12-13
ECLI:NL:RBZWB:2024:9543
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,121 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10836219 \ MB VERZ 23-483
CJIB-nummer : 8062 5422 5595 8933
uitspraakdatum : 13 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is, samen met zijn partner mevrouw [naam], ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 9 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N289 Oude Rijksweg (ter hoogte van 10c) te Krabbendijke op 20 februari 2023 om 15:40 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene wil graag weten waarom het eerdere beroep is afgewezen. De officier van justitie geeft aan dat er geen andere voertuigen in het meetgebied waren, maar zoals op foto A te zien is rijdt de tegemoetkomende auto 62 kilometer per uur. Op beide foto’s staat aangegeven dat degene die in tegemoetkomende richting rijdt de overtreding maakt. Betrokkene vraagt zich af hoe hij dan degene kan zijn die de overtreding maakt.
Ter zitting heeft de partner van betrokkene hieraan toegevoegd dat zij zich niet kan verenigen met de beslissing van de officier van justitie aangezien zij bij de eerste foto nog niet in beeld was, waardoor zij zich ook niet in de meetcirkel kon bevinden. Zij is van mening dat het de tegemoetkomende auto is, die wordt gemeten.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zij stelt dat er sprake is van een uitzonderlijk geval. Een flitspaal kan twee voertuigen tegelijkertijd waarnemen. Het is dus mogelijk dat een flitspaal de snelheid van twee verschillende voertuigen meet en deze voertuigen vervolgens bekeurd. Op foto B, in het dossier, rijdt het voertuig van betrokkene deels voor het andere voertuig. Het andere voertuig, die in de tegemoetkomende richting rijdt, is gemeten. De zittingsvertegenwoordiger stelt dat tijdens het opleggen van de boete er iets is misgegaan en vindt het jammer dat dit in de eerdere fase niet is gezien.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat bij beide foto’s de rijrichting “tegemoetkomend” staataangegeven. De kantonrechter stelt vast dat foto A betrekking heeft op het andere voertuig. Op foto B is het kenteken van betrokkene uitgelicht die overeenkomt met de gegevens uit het zaakoverzicht. Aangezien op beide foto’s “tegemoetkomend” staat, blijkt dat de sanctie aan het verkeerde kenteken is gekoppeld. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 75,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: